Pauwkalkoen

Meleagris ocellata

Log in om deze soort toe te voegen

De Pauwkalkoen (synoniem: Agriocharis ocellata of Honduras pauwkalkoen) behoort tot het geslacht Meleagris binnen de familie van Grootpoothoenders (Phasianidae).

Deze vogel komt voor in het tropisch loof- en altijdgroene woud van het schiereiland Yucatán in Mexico, Belize en Guatemala. Hij leeft in kleine groepen en voedt zich met zaden, bessen, insecten en bladeren. Door habitatverlies en jacht neemt de populatie af, hoewel sommige beschermde gebieden stabiliteit bieden.

Pauwkalkoen
Ocellated Turkey
Pfauentruthuhn
Dindon ocellé

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Meleagris

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Grootpoothoenders

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Grootpoothoenders

Man:
De mannelijke vogel heeft een opvallend iriserend verenkleed met een mix van groen, blauw en brons. De kop is kaal en blauwachtig met feloranje wratten. De nek is glanzend groen en loopt over in een bronskleurige borst. De vleugels zijn donker met een patroon van ronde, oogachtige vlekken. De staartveren zijn lang en eindigen in een oogvormige vlek met blauwe en koperkleurige tinten. De snavel is kort en grijs met een lichte kromming. De poten zijn roodachtig met sporen die prominent aanwezig zijn.

Vrouw:
De vrouwelijke vogel heeft een minder glanzend verenkleed met overwegend brons- en groentinten. De kop is minder fel gekleurd en heeft kleinere oranje wratten. De nek en borst zijn doffer en minder contrastrijk dan bij de man. De vleugels vertonen een subtieler patroon van oogvlekken. De staart is korter en de oogvlekken zijn minder uitgesproken. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets slanker. De poten zijn ook roodachtig, maar zonder sporen.

Juveniel:
Juveniele vogels hebben een dofbruin verenkleed met een lichte glans op de rug en vleugels. De kop is bedekt met fijne, bruine veren en mist de opvallende kleuren van volwassen vogels. De nek en borst zijn egaal bruin zonder duidelijke patronen. De vleugels hebben een vaag patroon van oogvlekken die minder contrastrijk zijn. De staart is kort en heeft een onopvallend patroon. De snavel is grijs en recht, zonder kromming. De poten zijn grijsachtig en glad.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Hun poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.