Vogel
Afrikaanse kwartelkoning
Afrikaanse kwartelkoning
Crecopsis egregia
Log in om deze soort toe te voegenDe Afrikaanse kwartelkoning behoort tot het geslacht Crecopsis binnen de familie van Grootpoothoenders (Rallidae).
De Afrikaanse kwartelkoning is een kleine tot middelgrote grondvogel uit de rallenfamilie, die wijdverbreid voorkomt in de savannes en graslanden van centraal en zuidelijk Afrika. Hij mijdt regenwouden en zeer droge streken, maar is verder plaatselijk algemeen in gebieden met natte, overstromende of droge graslanden en zelfs in landbouwgebieden met hoog gewas. Dit schuwe, onopvallende dier voedt zich vooral met insecten, wormen, kleine kikkers, plantaardig materiaal en soms zelfs vis, waarbij het vaak scharrelt onder dichte begroeiing of langs vochtige plekken. Het is een gedeeltelijke trekvogel die zijn verspreiding aanpast aan de regentijd om optimaal te profiteren van de groeiende vegetatie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Crecopsis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een opvallend kastanjebruin verenkleed met een lichte glans. De kop en nek zijn donkerder met subtiele zwarte strepen. De borst is lichter met een grijsachtige tint, die overgaat in een witte buik. Vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is kort en geelachtig met een donkere punt. Poten zijn grijs met een gladde structuur. De iris is roodbruin, wat contrasteert met de donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffer bruin verenkleed zonder de glans van de man. De kop en nek zijn gelijkmatig bruin met minder uitgesproken strepen. De borst en buik zijn lichtbruin met een subtiele grijze waas. Vleugels zijn egaal bruin met lichte randen, minder versleten dan bij de man. De snavel is iets lichter van kleur, met een gelige basis. Poten zijn grijsachtig, vergelijkbaar met de man. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn egaal bruin zonder duidelijke strepen. De borst en buik zijn lichtbruin met een vage grijze tint. Vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, die versleten kunnen lijken. De snavel is bleekgeel met een donkere punt. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig bruin verenkleed. De snavel en poten zijn lichtgeel van kleur.