Amazonedwergral

Laterallus exilis

Log in om deze soort toe te voegen

De Amazonedwergral behoort tot het geslacht Laterallus binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).

Deze vogeluit de familie Rallidae is wijdverspreid in Midden- en Zuid-Amerika, van Belize tot noordoostelijk Argentini�, en wordt aangetroffen in habitats zoals de randen van moerassen, rivieren, en meren, evenals in droge gebieden zoals weilanden en luchthavens. De vogel is moeilijk te fotograferen in het wild en leidt een teruggetrokken bestaan. Het is niet bedreigd en heeft een geschatte populatiegrootte van 0,5-5 miljoen volwassen vogels.

Amazonedwergral
Grey-breasted Crake
Amazonasralle
R�le gr�le

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
Bird Genus
Laterallus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Rallen en koeten

Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
  • Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
  • Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
  • Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Rallen Koeten

Man:
De mannelijke vogel heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een subtiele kastanjebruine tint op de rug. De kop en nek zijn iets lichter, met een grijsachtige ondertoon die contrasteert met de rest van het lichaam. De borst en buik zijn egaal donkergrijs, zonder opvallende markeringen. De vleugels vertonen een lichte bandering, met versleten randen die een matte uitstraling geven. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn slank en grijs, met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris, omringd door een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouwelijke vogel heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets lichtere tint. De rug en vleugels zijn donkerbruin, met een subtiele glans die bij fel licht zichtbaar is. De kop en nek zijn grijsbruin, met een zachte overgang naar de donkergrijze borst. De buik is iets lichter dan de borst, met een vage streping. De snavel is dunner en iets lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs, met een iets ruwere structuur. De ogen hebben een bruine iris, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juveniele vogels hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage, onregelmatige vlekkenpatroon op de rug. De kop en nek zijn lichter bruin, met een subtiele grijze tint die naar de borst toe donkerder wordt. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte bandering, die minder uitgesproken is dan bij volwassen vogels. De buik is lichtgrijs, met een onopvallende streping die naar de flanken toe vervaagt. De snavel is kort en grijs, met een iets bredere basis dan bij volwassenen. De poten zijn bleekgrijs, met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris, zonder zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed dat egaal van kleur is. De snavel en poten zijn lichtgrijs, met een zachte textuur.