Vogel
Loodgrijze duif
Loodgrijze duif
Columba plumbea
Log in om deze soort toe te voegenDe Loodgrijze duif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze middelgrote duif komt voor in tropische laagland- en heuvelbossen van Midden- en Zuid-Amerika, van Panama tot het Amazonegebied. Ze leeft voornamelijk verborgen in dichte foresthabitats, voedt zich met vruchten en zaden, en vertoont rustige en solitair gedrag, vaak lastig te zien door hun schuwe aard.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote bosduif van circa 30-33 cm lengte. Het verenkleed is overwegend donker leigrijs tot blauwgrijs, met een subtiele paars- of groenglanzende irisatie op nek en borst. De kop en keel zijn iets lichter grijs, terwijl de mantel en vleugels donkerder en egaal getint zijn. De staart is middellang, afgerond en donkergrijs met een zwakke lichtere eindband. De snavel is slank en zwart met een hoornkleurige basis. De poten zijn roodachtig tot karmozijnrood, en de iris varieert van geel tot oranje, vaak omlijst door een fijne grijze oogringen.
Vrouw:
Het vrouwtje is sterk gelijkend aan het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en mist vaak de uitgesproken metaalglans op nek en borst. De kop en borst zijn matter van kleur en de overgang naar de buik is subtieler. Overige kenmerken, zoals snavel, poten en iris, zijn identiek.
Juveniel:
Juvenielen zijn egaler bruingrijs zonder duidelijke irisatie. De vleugels tonen bredere, lichtere randen, waardoor een geschubd effect ontstaat. De borst en keel zijn doffer grijsbruin. De iris is donkerbruin in plaats van geel of oranje, de poten zijn valer rood en de snavel grijzer van tint.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met dun, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder bruinachtig, de onderzijde vuilwit tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen zijn aanvankelijk gesloten, later donkerbruin. De karakteristieke iriserende tinten ontwikkelen zich pas tijdens de eerste jeugdrui.