Bruinwaterhoen

Zapornia akool

Log in om deze soort toe te voegen

De Bruinwaterhoen behoort tot het geslacht Zapornia binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).

De bruin waterhoen is een vogel uit de familie van de rallen die voorkomt van India tot zuidoostelijk China. De soort leeft in vochtige leefomgevingen en is vooral actief in de vroege ochtend en late middag. Het is een schuwe vogel die vaak in dichte vegetatie wordt gevonden, waar het insecten en andere kleine dieren eet. De bruin waterhoen is niet bedreigd en heeft twee ondersoorten.

Bruinwaterhoen
Brown Crake
Braunbauch-Kielralle
Marouette akool

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
Bird Genus
Zapornia

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Rallen en koeten

Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
  • Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
  • Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
  • Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Rallen Koeten

Man:
De man heeft een overwegend olijfbruine bovenzijde met een subtiele groene glans. De kop en nek zijn donkerder, met een grijsachtige tint die contrasteert met de rest van het lichaam. De borst is lichtgrijs, geleidelijk overgaand in een blekere buik. De vleugels vertonen fijne, donkere bandering, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De snavel is kort en stevig, met een geelgroene kleur en een donkere punt. De poten zijn groenachtig met een gladde textuur, zonder opvallende schubben. De iris is roodbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken glans. De kop en nek zijn iets lichter, met een meer uniforme grijstint. De borst is minder contrastrijk, met een geleidelijke overgang naar de buik. De vleugels hebben een subtiele bandering, minder prominent dan bij de man. De snavel is iets slanker, met een vergelijkbare geelgroene kleur. De poten zijn lichtgroen, met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed, met een overwegend bruinachtige bovenzijde zonder glans. De kop en nek zijn vaalbruin, met een vage streepjespatroon. De borst is lichtbruin, met een onregelmatige, vlekkerige overgang naar de buik. De vleugels zijn egaal bruin, zonder duidelijke bandering. De snavel is kort en bleekgroen, met een lichtere basis. De poten zijn grijsachtig groen, met een gladde textuur. De iris is donkergrijs, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zwart dons, zonder zichtbare patronen of glans. De snavel en poten zijn bleekgrijs, met een zachte textuur.