Vogel
Hawaiimeerkoet
Hawaiimeerkoet
Fulica alai
Log in om deze soort toe te voegenDe Hawaiimeerkoet behoort tot het geslacht Fulica binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
De Hawaiiaanse koet is een endemische vogel van Hawa�, herkenbaar aan zijn zwart-grijze verenkleed en opvallende witte snavelplak. Hij komt uitsluitend voor op de Hawa�aanse eilanden, waar hij leeft in zoetwatermeren, moerassen, brak water en zelfs kunstmatige waterplassen zoals rijst- en taro-velden. Het dier bouwt zijn drijvende nest in de oevervegetatie, het hele jaar door maar vooral in het regenseizoen. De Hawaiiaanse koet leeft vaak in groepjes, heeft grijsgroene zwemlobben en voedt zich met waterplanten. De soort is bedreigd, vooral door habitatverlies en invasieve roofdieren als de Aziatische mangoeste.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Fulica
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een overwegend zwart verenkleed met een subtiele blauwachtige glans. De kop is diepzwart, wat contrasteert met de iets lichtere nek. De borst en buik zijn egaal zwart zonder zichtbare markeringen. De vleugels tonen een lichte, bijna onmerkbare grijze rand. De snavel is kort en wit met een rode basis, zonder was. De poten zijn grijs met een groene tint en hebben een robuuste structuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop en nek zijn uniform zwart, zonder kleurverschillen. De borst en buik zijn egaal zwart, zonder vlekken of strepen. De vleugels hebben een subtiele grijze rand, minder uitgesproken dan bij de man. De snavel is wit met een rode basis, iets slanker dan die van de man. De poten zijn grijs met een lichte groene tint, stevig gebouwd. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een donkergrijs verenkleed met een matte uitstraling, zonder de glans van volwassenen. De kop is donkergrijs, iets lichter dan de rest van het lichaam. De borst en buik zijn egaal grijs, zonder markeringen. De vleugels hebben een lichte grijze rand, nauwelijks zichtbaar. De snavel is bleekgrijs met een roze basis, slanker dan bij volwassenen. De poten zijn grijs met een lichte groene tint, minder robuust dan bij volwassenen. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zwart dons, met een oranjeachtige tint op de kop. De snavel is klein en bleekroze.