Vogel
Kwartelkoning
Kwartelkoning
Crex crex
Log in om deze soort toe te voegenDe Kwartelkoning behoort tot het geslacht Crex binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze verborgen zangvogel broedt vooral in uitgestrekte hooilanden, uiterwaarden en extensief beheerde landbouwgebieden in grote delen van Europa tot Siberië. Hij brengt de meeste tijd door in dichte begroeiing, is vooral 's nachts actief en is bekend om zijn karakteristieke raspende roep. Door habitatverlies en vroeg maaibeleid neemt de populatie elders af.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Crex
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met een lichte, rossige tint. De kop en nek zijn grijsachtig met een subtiele blauwe gloed. De borst is lichtbruin met fijne, donkere strepen die naar de flanken toe breder worden. De vleugels zijn kastanjebruin met een lichte, versleten rand aan de dekveren. De buik is witachtig met een geleidelijke overgang naar de flanken. De snavel is kort en stevig, met een lichtroze kleur. De poten zijn grijsachtig met een lichtgroene tint.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken kleuren. De kop en nek zijn minder grijs en hebben een meer bruine tint. De borststrepen zijn minder duidelijk en de flanken zijn iets lichter. De vleugels hebben een doffere kastanjebruine kleur met minder contrast. De buik is iets donkerder dan bij de man, met een subtiele gele tint. De snavel is iets slanker en heeft een blekere kleur. De poten zijn vergelijkbaar van kleur, maar iets minder groen.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een meer uniforme tint dan volwassenen. De kop en nek zijn egaal bruin zonder de grijze tinten van de volwassenen. De borst heeft vage strepen die minder contrasterend zijn. De vleugels zijn donkerder bruin met een matte afwerking. De buik is lichtbruin met een geleidelijke overgang naar de flanken. De snavel is kort en bleek, met een lichtroze tint. De poten zijn grijsachtig met een subtiele groene tint.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, zwart verenkleed dat egaal van kleur is. De snavel is kort en bleekroze.