Vogel
Luzonral
Luzonral
Rallus mirificus
Log in om deze soort toe te voegenDe Luzonral behoort tot het geslacht Rallus binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze zeldzame railvogel is endemisch voor de Filipijnen, met name op de eilanden Luzon en Samar. Hij leeft in bergachtige gebieden tussen 500 en 2.250 meter in de nabijheid van nevelwouden, dennenbossen en ongestoorde riviersloten. De soort is vaak moeilijk waarneembaar en vertoont waarschijnlijk migrerend gedrag. Zijn geluid lijkt op een snel klinkende reeks kikkergeluiden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Rallus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een glanzend blauwgrijze kop en nek, die contrasteren met de donkerbruine rug. De borst is lichtgrijs met subtiele witte streepjes, terwijl de buik donkerder is met een matte afwerking. Vleugels zijn diep kastanjebruin met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is lang en slank, met een opvallende roodachtige basis die naar zwart overgaat. Poten zijn olijfgroen met een gladde textuur, wat bijdraagt aan een elegante uitstraling. De iris is feloranje, omgeven door een dunne, lichtgrijze oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder uitgesproken blauwgrijze tint op de kop, met een meer gedempte bruine nek. De borst is lichtbruin met fijne, donkere streepjes, die naar de buik toe vervagen. Vleugels zijn donkerbruin met een subtiele, goudachtige glans en lichtere randen. De snavel is korter en heeft een meer uniforme bruine kleur zonder opvallende basis. Poten zijn grijsgroen met een iets ruwere textuur dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruine kop en nek, met een vage, gestreepte borst en buik. Vleugels zijn egaal bruin zonder de glans van volwassen vogels, met versleten randen. De snavel is kort en geheel donkerbruin, zonder kleurvariaties. Poten zijn bleekgrijs en hebben een gladde textuur, wat een onvolwassen indruk geeft. De iris is donkergrijs, zonder duidelijke oogring. De algehele verschijning is minder contrastrijk dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, zwart verenkleed dat een matte uitstraling heeft. De snavel is kort en lichtgrijs, met nauwelijks zichtbare poten.