Vogel
Madagascarwaterral
Madagascarwaterral
Rallus madagascariensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Madagascarwaterral behoort tot het geslacht Rallus binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
De Madagaskarwaterral is een vogelsoort endemisch voor Madagaskar, vooral te vinden op de oostkant van het eiland. Het leefgebied bestaat uit dicht begroeide moerassen en moerasbossen, zowel in laagland als hoger gelegen gebieden. De vogel is solitair en verborgen in de dichte vegetatie, waarbij vaak alleen geluiden een aanwijzing geven van zijn aanwezigheid.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Rallus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een subtiele olijfgroene glans. De kop en nek zijn donkerder met een lichte streep over de ooglijn. De borst is egaal grijs, terwijl de buik een lichtere tint heeft. Vleugels tonen een fijn patroon van donkere en lichte strepen. De snavel is lang en slank, met een roodachtige basis die naar zwart overgaat. Poten zijn grijs met een lichtgroene tint, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken kleuren. De kop en nek zijn iets lichter, met een minder duidelijke oogstreep. De borst is grijsbruin, terwijl de buik een blekere kleur heeft. Vleugels vertonen een subtiele bandering van bruine en beige tinten. De snavel is iets korter en heeft een meer uniforme kleur. Poten zijn grijs met een subtiele roze tint, en de iris is donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme bruine kleur over het lichaam. De kop en nek zijn minder contrastrijk, met een vage oogstreep. De borst en buik zijn lichtbruin met een zachte, vlekkerige textuur. Vleugels hebben een onopvallend patroon van lichte en donkere vlekken. De snavel is korter en geheel donkerbruin. Poten zijn grijsbruin, en de iris is donkergrijs.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, zwart verenkleed. De snavel en poten zijn lichtgrijs van kleur.