Maleise koekoeksduif

Macropygia unchall

Log in om deze soort toe te voegen

De Maleise koekoeksduif behoort tot het geslacht Macropygia uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze vogel leeft in dichte subtropische bossen en op berghellingen tussen 800 en 3000 meter hoogte in Zuidoost-Azië. Hij komt vaak voor aan bosranden en in open plekken en leeft in kleine groepen. Zijn dieet bestaat uit zaden, bessen en kleine vruchten, die hij acrobatisch plukt uit bomen.

Maleise koekoeksduif
Barred Cuckoo Dove
Bindenschwanztaube
Phasianelle onchall

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Macropygia

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een middelgrote, slanke duif van circa 40-45 cm lengte, waarvan bijna de helft uit de lange, trapvormige staart bestaat. Het verenkleed is overwegend roodbruin tot kastanjekleurig, met fijne donkere dwarsbandering op rug, vleugels en borst. De kop en nek zijn grijzer getint, vaak met een subtiele purperen of groenige glans in goed licht. De onderzijde verloopt van kastanjebruin op de borst naar lichter roodbruin tot kaneelkleurig op de buik. De staart is opvallend lang en smal, donkerbruin met brede, lichter grijze uiteinden. De snavel is zwart met een grijzige basis, de poten rood en de iris oranjerood, omgeven door een smalle, grijze oogringen.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua formaat en tekening vrijwel gelijk, maar gemiddeld iets matter en donkerder van tint. De iriserende glans op kop en nek is minder uitgesproken en de borstbandering is fijner. Overige kenmerken zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn egaler bruin met bredere lichte veerranden op rug, vleugels en borst, waardoor een geschubd effect ontstaat. De iriserende glans ontbreekt nog volledig. De staart is al relatief lang maar toont een minder contrastrijk patroon. De iris is donkerbruin, de poten zijn grijzer rood en de snavel is doffer grijszwart.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder bruinachtig, de onderzijde vuilwit tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte, later donkerbruin. De kenmerkende lange staart en kastanjebruine tint ontwikkelen zich pas tijdens de eerste jeugdrui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 203