Vogel
Olijfbruin waterhoen
Olijfbruin waterhoen
Amaurornis olivacea
Log in om deze soort toe te voegenDe Olijfbruin waterhoen behoort tot het geslacht Amaurornis binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze vogel is endemisch in de Filipijnen en bewoont voornamelijk subtropische en tropische moerassen, graslanden en struikgebieden. Hij is een bewoner van de grond en wordt vaak in de buurt van water gevonden. De vogel is over het algemeen beter te horen dan te zien en voedt zich met insecten, kleine gewervelden en plantaardig materiaal. De broedtijd is het hele jaar door en de nesten worden gemaakt van plantenmateriaal in moerassige omgevingen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Amaurornis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een olijfkleurig verenkleed met een subtiele glans. De kop en nek zijn donkerder dan de rest van het lichaam. De borst en buik tonen een lichtere olijftint, wat zorgt voor een zacht contrast. De vleugels hebben een iets donkerdere schaduw met een matte afwerking. De snavel is recht en geelgroen van kleur, zonder opvallende was. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De iris is roodbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar olijfkleurig verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop en nek zijn iets lichter, waardoor er minder contrast is met de borst. De buik is iets bleker, bijna cr�mekleurig, wat een zachte overgang cre�ert. De vleugels zijn egaal van kleur, zonder opvallende markeringen. De snavel is iets korter en heeft een meer groenachtige tint. De poten zijn lichtgrijs en slanker van structuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer olijfkleurig verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn vaalbruin, wat contrasteert met de olijfkleurige borst. De buik is lichtbruin, met een vage streepjespatroon. De vleugels zijn egaal bruin, zonder glans. De snavel is kort en grijsachtig, met een gele basis. De poten zijn bleekgrijs en hebben een ruwe textuur. De iris is grijsbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, bruin verenkleed. De snavel is kort en geelachtig van kleur.