Darjeelingspecht

Dendrocopos darjellensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Darjeelingspecht behoort tot het geslacht Dendrocopos binnen de familie van Spechten (Picidae).

De Darjeeling specht is een vogelsoort uit de familie Picidae, voornamelijk te vinden in de Himalayas en aangrenzende gebieden. Deze specht leeft in subtropische en tropische vochtige bossen, zowel in laagland als in bergstreken. Het is een middelgrote, bonte specht met opvallende kenmerken zoals gele nekzijden en een rode nekplek bij mannetjes. Zijn gedrag is vooral gericht op het zoeken naar insecten en sap in de boomgaarden en bossen van zijn habitat.

Darjeelingspecht
Darjeeling Woodpecker
Darjeelingspecht
Pic de Darjiling

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Dendrocopos

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop. De nek is zwart met een witte streep die naar de schouders loopt. De borst en buik zijn wit met een lichte grijze tint. De vleugels vertonen een patroon van zwarte en witte banden. De dekveren zijn zwart met witte vlekken, wat een contrasterend effect geeft. De snavel is recht en zwart, met een stevige basis. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een subtiele witte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart-wit verenkleed, maar met een matte afwerking. De kop is zwart zonder de rode vlek die bij de man aanwezig is. De nek en schouders hebben dezelfde witte strepen als de man. De borst en buik zijn wit, soms met een licht beige tint. De vleugels hebben een vergelijkbaar zwart-wit bandpatroon. De dekveren zijn minder contrasterend, met subtielere witte vlekken. De snavel is zwart en iets slanker dan die van de man. De poten zijn grijs en slank, met een fijne structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer grijsachtige tint op de borst en buik. De kop is zwart met een onregelmatige rode vlek op de kruin. De nek heeft minder uitgesproken witte strepen dan bij volwassen vogels. De vleugels zijn donker met vage witte banden. De dekveren zijn grijs met onduidelijke witte vlekken. De snavel is korter en lichter van kleur dan bij volwassenen. De poten zijn grijs en minder robuust dan bij volwassen vogels. De iris is donker met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig grijs verenkleed met een lichte buik. De snavel is kort en bleekgrijs.