Westelijke zwarte Kroonkraanvogel

Balearica pavonina pavonina

Log in om deze soort toe te voegen

De Westelijke zwarte Kroonkraanvogel (Synoniem: Zwarte kroonkraan, Zwarte kroonkraanvogel) behoort tot het geslacht Balearica uit de familie van Kraanvogels (Gruidae).

Deze indrukwekkende kraanvogel komt voor in West-Afrika, vooral in moerassen, natte graslanden en open savannes. Hij voedt zich met planten, insecten en kleine dieren. Zijn gedrag omvat sierlijke paringsdansen waarbij paren samen springen en hun vleugels spreiden, en hij rust vaak in bomen nabij water. De soort speelt een belangrijke rol in haar ecosystemen door zaden en insecten te verspreiden.

Balearica pavonina pavonina
Black Crowned Crane
Kronenkranich
Grue couronn�e noire

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Kraanvogels (Gruidae)
Bird Genus
Balearica

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Kraanvogels

Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
Om de kraanvogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen richtlijnen.

  • Voeding: variatie van planten, granen, dierlijke eiwitten of pellets.
  • Sociaal: paren in broedseizoen, groepen buiten seizoen.
  • Leefruimte: buitenverblijf met gras, beschutting en water.
  • Klimaat: winterharde soorten buiten; subtropisch verwarmd; andere vorstvrij.
  • Ruimte: grote soorten ± 200-300 m², kleine soorten ± 100-150 m², subtropische soorten ± 10 m² binnen.
Huisvestingsrichtlijnen Kraanvogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijs verenkleed over het lichaam, met zwarte vleugels en witte vleugelpunten. De kop is zwart met een opvallende, gouden kroonschicht van stijve veren bovenop de kop. De wangen zijn wit met een rode vlek onder het oog. De snavel is kort, recht en grijs tot zwart van kleur. De poten zijn donkergrijs en middellang, geschikt voor grasland en moerassige gebieden. De iris is roodachtig bruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde grijs-zwart verenkleed, witte wangen en gouden kroonschicht. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het grijze verenkleed is matter en de kroonschicht minder ontwikkeld. De wangen zijn grijziger en de rode vlek onder het oog is minder intens. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen verenkleed zich volledig en verschijnt de karakteristieke gouden kroonschicht met witte wangen en rode vlek.