Kaapse grondspecht

Geocolaptes olivaceus

Log in om deze soort toe te voegen

De Kaapse grondspecht behoort tot het geslacht Geocolaptes binnen de familie van Spechten (Picidae).

De grondspecht is een opvallende, grote vogel die alleen voorkomt in heuvelachtige en bergachtige gebieden in Zuid-Afrika, Lesotho en Eswatini. Hij leeft vooral op kaal, stenig terrein met grassen en struiken, vaak niet ver van water. In tegenstelling tot andere spechten zoekt deze soort zijn voedsel voornamelijk op de grond, waar hij vooral mieren en hun larven eet. Grondspechten zijn luidruchtig, leven in paren of kleine groepen en vertonen waakzaam gedrag door op hogere punten uit te kijken naar roofdieren. Ze broeden in zelfgegraven tunnels in steile oevers en leggen meestal drie eieren per seizoen; hun nesten worden soms het hele jaar gebruikt.

Kaapse grondspecht
Ground Woodpecker
Erdspecht
Pic laboureur

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Geocolaptes

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een olijfgroen verenkleed met een subtiele glans. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen. De nek en borst zijn egaal, zonder opvallende markeringen. De buik toont een lichte bandering die naar de flanken toe intenser wordt. De vleugels hebben een contrasterende donkere rand met lichtere uiteinden. De snavel is stevig en donkergrijs, met een lichte kromming. De poten zijn grijs met een ruwe textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar olijfgroen verenkleed, maar met een matte afwerking. De kop is iets lichter dan die van de man, met een subtiele streep boven de ogen. De nek en borst zijn egaal, met een lichte vlekkerigheid op de buik. De vleugels hebben een minder uitgesproken rand dan bij de man. De snavel is iets slanker en lichter van kleur. De poten zijn grijs, maar iets gladder dan die van de man. De iris is donkerbruin met een onopvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer olijfgroen verenkleed met een lichte glans. De kop is minder contrasterend, met een vage streep boven de ogen. De nek en borst zijn licht gevlekt, met een onregelmatige bandering op de buik. De vleugels hebben een minder duidelijke rand, met versleten uiteinden. De snavel is korter en lichter dan bij volwassenen. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De iris is donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, licht olijfgroen verenkleed. De snavel is kort en bleekgrijs van kleur.