Vogel
Kizukispecht
Kizukispecht
Yungipicus kizuki
Log in om deze soort toe te voegenDe Kizukispecht behoort tot het geslacht Yungipicus binnen de familie van Spechten (Picidae).
Deze kleine vogelsoort, met een lengte van 13 tot 15 cm, is inheems in oostelijk Azi� en komt voor in conifeer- en loofbossen in landen zoals Rusland, China, Korea en Japan. Ze zijn aangetroffen in zowel wilde bossen als stedelijke parken en zijn actieve klimmers en effici�nte foeragers. Hun voedsel bestaat uit insecten en zaden. De vogels zijn niet bedreigd en worden door de IUCN als niet-dreigend geclassificeerd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Spechten (Picidae)
- Bird Genus
- Yungipicus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Spechten
Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
- Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met lichte streepjes op de vleugels. De kop is donkerbruin met een opvallende witte wenkbrauwstreep. De nek is iets lichter van kleur, met subtiele grijze tinten. De borst en buik zijn witachtig met fijne bruine streepjes. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn grijs en hebben een stevige structuur. De iris is donkerbruin, wat contrasteert met de lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar bruin verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken streepjes. De kop is iets lichter, met een minder opvallende wenkbrauwstreep. De nek en borst zijn lichtbruin met subtiele grijze schakeringen. De buik is witachtig met minder duidelijke streepjes dan bij de man. De snavel is kort en zwart, met een rechte vorm. De poten zijn grijs en slank. De iris is donkerbruin, omgeven door een lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer bruin verenkleed met minder contrast dan volwassen vogels. De kop is lichtbruin met een vage wenkbrauwstreep. De nek en borst zijn grijsbruin met onduidelijke streepjes. De buik is witachtig met een vage bruine tint. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust. De iris is donkerbruin, met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed zonder duidelijke markeringen. De snavel is kort en lichtgrijs.