Kleine bonte specht

Dryobates minor

Log in om deze soort toe te voegen

De Kleine bonte specht behoort tot het geslacht Dryobates binnen de familie van Spechten (Picidae).

De kleinste specht van Europa is een schuw, handvormig gebandeerd vogeltje dat vooral te vinden is in oude loofbossen, parken en hoogstamboomgaarden met veel dood hout, verspreid over Europa en delen van Azi�. Hij hakt zijn nest uit in dode bomen, vaak hoog en onopvallend, en leeft vooral van insecten(larven) die hij uit boomschors en bladeren peutert. De soort valt op door zijn kleine formaat, onopvallende gedrag en het vliegen van boomtop naar boomtop, waarbij de man een opvallend rode kruin heeft. Broedtijd is van april tot mei, met ��n legsel per jaar waar beide ouders voor zorgen. Stille drumgeluiden en een zachte roep verraden zijn aanwezigheid.

Kleine bonte specht
Lesser Spotted Woodpecker
Kleinspecht
Pic �peichette

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Dryobates

Ringmaat

Man 3.5 mm Vrouw 3.5 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallende rode kruin die sterk contrasteert met de zwart-witte kop. De rug is zwart met witte lengtestrepen, terwijl de vleugels zwart zijn met witte vlekken. De borst en buik zijn wit met een lichte beige tint. De staart is zwart met witte buitenste staartveren. De snavel is kort en grijs, met een lichte glans. De poten zijn grijs en hebben een stevige structuur. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele witte oogring.

Vrouw:
De vrouw mist de rode kruin en heeft een volledig zwart-witte kop. De rug en vleugels vertonen hetzelfde patroon als bij de man, met zwarte veren en witte vlekken. De borst en buik zijn wit, soms met een licht beige waas. De staart is zwart met witte buitenste veren, vergelijkbaar met de man. De snavel is kort, grijs en licht glanzend. De poten zijn grijs en robuust. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele witte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een minder uitgesproken rode kruin, vaak met een oranje tint. De kop is zwart-wit, maar de strepen zijn minder scherp. De rug en vleugels zijn zwart met minder duidelijke witte vlekken. De borst en buik zijn wit met een grijze waas. De staart is zwart met minder contrasterende witte buitenste veren. De snavel is kort, grijs en dof. De poten zijn grijs en minder stevig dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, grijsachtig verenkleed zonder duidelijke patronen. De snavel is kort en lichtgrijs.