Vogel
Middelste bonte specht
Middelste bonte specht
Dendrocoptes medius
Log in om deze soort toe te voegenDe Middelste bonte specht behoort tot het geslacht Dendrocoptes binnen de familie van Spechten (Picidae).
Deze middelste bonte specht leeft vooral in loofbossen met oude eiken, beuken en iepen verspreid over delen van Europa, van Frankrijk tot de Balkan. Hij voedt zich vooral hoog in de bomen en is actief tijdens de broedtijd. Deze soort is sedentair, maar kan in het najaar wat rondzwerven.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Spechten (Picidae)
- Bird Genus
- Dendrocoptes
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Spechten
Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
- Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallende rode kruin die helder afsteekt tegen de witte wangen. De rug is donkerbruin met lichte vlekken, terwijl de vleugels zwart-wit gebandeerd zijn. De borst en buik zijn cr�mekleurig met een subtiele roze tint. De snavel is recht en grijs, met een lichte glans. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur. De nek is kort en krachtig, wat bijdraagt aan een gedrongen uiterlijk.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder felrode kruin, vaak met een meer oranje tint. De wangen zijn wit, maar de rug is donkerder dan bij de man. De vleugels vertonen een vergelijkbaar zwart-wit patroon, maar met minder contrast. De borst en buik zijn lichtroze, met een iets doffere uitstraling. De snavel is iets korter en donkerder grijs. De ogen zijn bruin met een subtiele oogring. De poten zijn grijs en iets slanker dan die van de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffere rode kruin, vaak met grijze vlekken. De wangen zijn vuilwit met een vage streep. De rug is donkerbruin met minder uitgesproken vlekken. De vleugels zijn gebandeerd, maar de kleuren zijn minder helder. De borst en buik zijn lichtroze met een grijze waas. De snavel is korter en lichter grijs. De poten zijn grijs en minder robuust dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens hebben een zachte, grijze donslaag met een lichte roze tint op de buik. De snavel is kort en lichtgrijs, nog niet volledig ontwikkeld.