Vogel
Molukse bergduif
Molukse bergduif
Gymnophaps mada
Log in om deze soort toe te voegenDe Molukse bergduif behoort tot het geslacht Gymnophaps uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De Buru-bergduif komt alleen voor op het eiland Buru in Indonesië, waar hij vooral leeft in vochtige bergbossen, vaak boven 650 meter hoogte, maar af en toe foerageert hij lager in aangetaste laaglandbossen of zelfs aan de kust. Deze vogel leeft meestal alleen of in koppels, maar tussen oktober en december vormt hij soms kleine groepen, en buiten het broedseizoen ook wel grotere zwermen. De soort is vooral te vinden in het bladerdak en leeft van fruit; hij vliegt 's ochtends naar de lager gelegen gebieden om te eten en keert 's avonds terug naar de roestplaatsen hoog in de bergen. De populatie lijkt stabiel en de soort heeft weinig last van menselijke invloeden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Gymnophaps
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote tot grote bosduif van circa 38-40 cm lengte. Het verenkleed is overwegend grijs, met een bleke, bijna zilvergrijze kop en nek die contrasteren met de donkerder grijsbruine rug en vleugels. De borst is lichtgrijs met soms een subtiele roze tot lila zweem, terwijl de buik vuilwit tot crème is. De staart is relatief lang en afgerond, donkergrijs met een lichtere eindband. Zoals bij het geslacht gebruikelijk is de huid rond de ogen en op het voorhoofd grotendeels kaal, vaak vleeskleurig tot blauwgrijs. De snavel is zwart, de poten roodachtig en de iris oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De borstzweem is subtieler en de kop is minder contrastrijk grijs. De naakte huid rond de ogen kan valer zijn. Overige kenmerken, zoals snavel en poten, zijn gelijk.
Juveniel:
Juvenielen zijn donkerder en egaler grijsbruin, zonder roze borstzweem of opvallend contrast tussen kop en vleugels. De kale huid rond de ogen is nog nauwelijks zichtbaar. De vleugeldekveren hebben bredere lichte randen, waardoor een geschubd effect ontstaat. De iris is donkerbruin, de poten bleker rood en de snavel grijzer.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder bruinachtig, de onderzijde vuilwit. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen zijn bij geboorte gesloten, later donkerbruin. De naakte huid rond de ogen ontwikkelt zich pas naarmate de vogel ouder wordt.