Vogel
Kokardespecht
Kokardespecht
Leuconotopicus borealis
Log in om deze soort toe te voegenDe Kokardespecht behoort tot het geslacht Leuconotopicus binnen de familie van Spechten (Picidae).
Deze vogel uit de familie spechten komt voor in de naaldbossen van het zuidoosten van de Verenigde Staten en is hier endemisch. Hij is sterk verbonden aan oude, levende dennen, met een voorkeur voor bomen van 80 tot 100 jaar oud, waarin hij zijn nestholtes hakt. De soort leeft in familiegroepen, waarbij hulpvolwassenen assisteren bij broedzorg en territoriumverdediging. Zijn nestholtes zijn van groot belang voor tal van andere diersoorten, waardoor hij als sleutelsoort fungeert in het ecosysteem. Door habitatverlies en moeizame kolonisatie van nieuwe gebieden is de populatie sterk afgenomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Spechten (Picidae)
- Bird Genus
- Leuconotopicus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Spechten
Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
- Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte rug. De kop is voorzien van een rode kruin, die scherp contrasteert met de witte wangen en keel. De borst en buik zijn wit met een lichte grijze tint, zonder duidelijke vlekken. De vleugels vertonen een patroon van zwarte en witte strepen, wat zorgt voor een gestreept uiterlijk. De staart is zwart met witte buitenste staartveren, die soms licht versleten kunnen zijn. De snavel is recht en grijs, met een lichte glans. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart-wit verenkleed, maar mist de rode kruin van de man. Haar kop is volledig zwart-wit, met een subtiele grijze tint op de wangen. De borst en buik zijn wit, met een iets meer uitgesproken grijze schaduw dan bij de man. De vleugels hebben hetzelfde gestreepte patroon, maar de contrasten zijn iets minder scherp. De staart is identiek aan die van de man, met witte buitenste veren. De snavel is eveneens recht en grijs, maar iets matter van kleur. De poten zijn donkergrijs en stevig gebouwd.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken contrasten tussen zwart en wit. De kop kan een vage rode tint vertonen, die minder fel is dan bij volwassen mannen. De borst en buik zijn grijsachtig wit, met een onregelmatige vlekkenpatroon. De vleugels zijn gestreept, maar de strepen zijn minder duidelijk afgebakend. De staart is zwart met vaag witte randen, die vaak versleten lijken. De snavel is korter en lichter grijs dan bij volwassenen. De poten zijn grijs en minder robuust dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons, zonder duidelijke tekening. Hun snavel is kort en lichtgrijs.