Vogel
Grijskopspecht
Grijskopspecht
Picus canus
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijskopspecht behoort tot het geslacht Picus binnen de familie van Spechten (Picidae).
Deze middelgrote specht komt voor in uitgestrekte delen van Europa en Azi� en geeft de voorkeur aan loofbossen met veel dode bomen. Hij voedt zich voornamelijk met mieren en nestelt in holtes in dode of beschadigde bomen. Het is een relatief schuwe soort die vooral tijdens het broedseizoen zichtbaar is.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Spechten (Picidae)
- Bird Genus
- Picus
Ringmaat
Man 5.0 mm Vrouw 5.0 mmWelzijnsadviezen
Spechten
Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
- Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een overwegend grijsgroene rug met een subtiele glans. De kop is lichtgrijs met een opvallende rode kruin. De nek en borst zijn egaal grijs, zonder markante patronen. De buik is lichter van kleur, met een zachte overgang naar de borst. De vleugels tonen een mix van groen en grijs, met lichte randen aan de dekveren. De snavel is recht en grijs, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs met een stevige structuur, en de ogen hebben een bleke iris.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar mist de rode kruin. Haar kop is volledig grijs, wat een zachter contrast geeft met de rest van het lichaam. De rug en vleugels zijn groenachtig, met een matte uitstraling. De borst en buik zijn lichtgrijs, zonder opvallende markeringen. De snavel is slanker en iets lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn grijs en robuust, met een vergelijkbare structuur. De ogen hebben een bleke iris, omringd door een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme grijstint over het lichaam. De kop is grijs met een vage rode tint op de kruin, minder uitgesproken dan bij volwassen mannen. De rug en vleugels zijn groenachtig, maar met minder glans en meer versleten randen. De borst en buik zijn lichtgrijs, met een onregelmatige vlekkenpatroon. De snavel is korter en donkerder, met een minder ontwikkelde was. De poten zijn grijs en minder stevig dan bij volwassenen. De ogen zijn donkerder, met een minder opvallende iris.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. Hun snavel is kort en lichtgekleurd.