Grijskruinspecht

Colaptes auricularis

Log in om deze soort toe te voegen

De Grijskruinspecht behoort tot het geslacht Colaptes binnen de familie van Spechten (Picidae).

Deze spechtensoort is endemisch in westelijk Mexico en leeft in droge tot vochtige bossen, waaronder dennen-eikenbossen. Hij voedt zich vooral met termieten, andere ongewervelden en bessen, en zoekt zijn voedsel van de bosbodem tot in de kruin. Het gedrag is rustig en teruggetrokken binnen zijn leefgebied.

Grijskruinspecht
Grey-crowned Woodpecker
Graukappenspecht
Pic � t�te grise

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Colaptes

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een opvallend glanzende groene rug met een lichte gouden tint. De kop is grijs met een rode vlek op de kruin, die scherp contrasteert met de rest. De nek is donkerder grijs, wat overgaat in een lichtgrijze borst. De buik is wit met zwarte vlekken, die naar de flanken toe dichter worden. De vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is recht en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs met een gladde structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een matte groene rug zonder de gouden tint van de man. De kop is egaal grijs zonder de rode vlek, wat een zachter contrast geeft. De nek en borst zijn lichtgrijs, gelijkmatig overgaand in de buik. De buik heeft minder uitgesproken zwarte vlekken dan de man. De vleugels zijn donkerbruin met subtiele lichte randen. De snavel is iets korter en donkergrijs, met een minder opvallende was. De poten zijn grijs en iets robuuster van structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffere groene rug met een vage gouden gloed. De kop is grijs met een onduidelijke rode vlek, die minder contrasterend is. De nek en borst zijn lichtgrijs met een vage overgang naar de buik. De buik heeft verspreide zwarte vlekken, minder dicht dan bij volwassenen. De vleugels zijn donkerbruin met versleten lichte randen. De snavel is korter en donkergrijs, met een onopvallende was. De poten zijn grijs met een ruwe textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.