Vogel
Berlepsch'tinamoe
Berlepsch'tinamoe
Crypturellus berlepschi
Log in om deze soort toe te voegenDe Berlepsch'tinamoe behoort tot het geslacht Crypturellus binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
De Berlepsch' tinamoe is een vogel die voorkomt in het westen van Colombia en het noordwesten van Ecuador. Deze vogel leeft in vochtige bossen en heeft een donkerbruin verenkleed, met een hoofd en keel die nog donkerder zijn. Het mannetje verzorgt de jongen, die na twee tot drie weken volwassen zijn. De vogel eet voornamelijk vruchten, aangevuld met ongewervelden, zaden en bladeren. De soort is niet bedreigd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Crypturellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend olijfbruine rug met een subtiele bronzen glans. De kop en nek zijn donkerder, met een grijsachtige tint die contrasteert met de rest van het lichaam. De borst is lichter, met een zachte, cr�mekleurige ondertoon die naar de buik toe vervaagt. De vleugels vertonen een fijn patroon van donkere en lichte strepen, wat een gestreept effect geeft. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer uniforme bruine kleur over het hele lichaam, zonder de bronzen glans van de man. De kop en nek zijn iets lichter, met een subtiele roodbruine tint. De borst en buik zijn egaal cr�mekleurig, zonder duidelijke aftekening. De vleugels hebben een minder uitgesproken streeppatroon, met een meer effen uiterlijk. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets lichter van kleur. De poten zijn donkerder grijs, met een iets ruwere structuur. De ogen hebben een lichtbruine iris met een dunne, donkere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijsbruine kleur. De kop en nek zijn minder contrasterend, met een uniforme grijstint. De borst en buik zijn vaalbruin, met een lichte vlekkerigheid die naar de flanken toe toeneemt. De vleugels vertonen een onregelmatig patroon van lichte en donkere vlekken. De snavel is kort en grijs, met een nog niet volledig ontwikkelde kromming. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat voornamelijk lichtbruin is. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.