Vogel
Geelpoottinamoe
Geelpoottinamoe
Crypturellus noctivagus
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelpoottinamoe behoort tot het geslacht Crypturellus binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
Deze vogel komt voor in tropische en subtropische bossen en struikgewas in oostelijk Brazili�. Hij voedt zich vooral met vruchten, zaden en kleine ongewervelden die hij van de grond plukt. Het mannetje broedt de eieren uit en zorgt voor de jongen, die na enkele weken zelfstandig zijn.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Crypturellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een subtiele olijfkleurige glans. De kop en nek zijn donkerder, met een lichte grijsachtige tint op de keel. De borst is egaal grijs, terwijl de buik een iets lichtere, bijna cr�mekleurige tint heeft. De vleugels vertonen een fijn patroon van donkere en lichtere strepen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn slank en grijsachtig van kleur, met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een meer uitgesproken bruine tint. De kop en nek zijn iets lichter, met een subtiele roodbruine gloed. De borst is lichtbruin, geleidelijk overgaand in een cr�mekleurige buik. De vleugels hebben een fijnere bandering dan die van de man. De snavel is iets lichter van kleur, met een subtiele roze tint aan de basis. De poten zijn iets dikker en hebben een lichtbruine kleur. De ogen zijn donker met een iets duidelijkere, lichtgrijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruingrijze tint. De kop en nek zijn minder contrastrijk, met een vage, donkere streep over de ogen. De borst en buik zijn lichter, met een onregelmatige, gevlekte patroon. De vleugels zijn minder duidelijk gebandeerd en hebben een matte uitstraling. De snavel is korter en lichter, met een grijsachtige basis. De poten zijn dunner en hebben een bleke, bijna roze kleur. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed met donkere strepen op de rug. De snavel en poten zijn bleek en zacht van structuur.