Vogel
Witbuiktinamoe
Witbuiktinamoe
Nothura boraquira
Log in om deze soort toe te voegenDe Witbuiktinamoe behoort tot het geslacht Nothura binnen de familie van Tinamoes (Tinamidae).
Deze vogel uit de tinamoe-familie is circa 27 cm groot, onopvallend lichtbruin met zwart-witte strepen, gele poten, witte buik, gele borst en een witte tot vaalgele keel en nek. Hij leeft in droge struikgebieden van oostelijk Brazili� tot oostelijk Bolivia en noordoostelijk Paraguay. Zijn voedsel bestaat vooral uit van de grond of van lage struiken geplukte vruchten, bloemen, bladeren, zaden en wortels. Het mannetje broedt de eieren van meerdere vrouwtjes uit, nadat zij een nest op de grond bouwen, en verzorgt de jongen ongeveer twee tot drie weken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Stuithoenders (Tinamiformes)
- Bird Family
- Tinamoes (Tinamidae)
- Bird Genus
- Nothura
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Tinamoes
Tinamoes zijn schuwe, grondbewonende vogels uit Midden- en Zuid-Amerika die leven in bossen, savannes en struikgebieden. Ze foerageren op de bodem en vertrouwen sterk op camouflage en beschutting. In de avicultuur vragen Tinamoes om rustige, dichtbeplante verblijven met zachte bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf met dichte begroeiing (20–30 m² per koppel); bodem van bosgrond of humus; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en rustig.
- Klimaat: subtropisch/tropisch; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen wind en zon.
- Sociaal: solitair of per koppel; stressgevoelig; rustige omgeving en visuele dekking essentieel.
- Voeding: zaden, fruit, groenvoer en insecten; wildzaadmengsel en universeelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: dichte schuilplekken noodzakelijk; broednest op de grond tussen vegetatie; dagelijkse hygiëne en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend zandkleurig verenkleed met subtiele bruine vlekken op de rug. De kop is iets donkerder met een lichte streep boven het oog. De borst is egaal lichtbruin, terwijl de buik een blekere tint heeft. Vleugels tonen een patroon van donkere en lichte strepen, wat zorgt voor een gematigd contrast. De snavel is kort en grijsachtig, met een lichte kromming. Poten zijn slank en geelachtig van kleur. De iris is donkerbruin, omgeven door een onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken vlekken. Haar kop is iets lichter, met een subtiele streep boven het oog. De borst en buik zijn uniform lichtbruin, zonder duidelijke markeringen. Vleugels hebben een minder contrasterend patroon van strepen. De snavel is iets korter en lichter van kleur dan die van de man. Poten zijn eveneens geelachtig, maar iets robuuster. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme zandkleurige tint. De kop is minder contrastrijk, zonder duidelijke streep boven het oog. De borst en buik zijn egaal lichtbruin, met een zachte overgang naar de flanken. Vleugels vertonen een vaag patroon van strepen, minder uitgesproken dan bij volwassenen. De snavel is kort en grijsachtig, met een lichte kromming. Poten zijn bleekgeel en slanker dan bij volwassenen. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een lichte zandkleur. Hun poten zijn bleekgeel en relatief groot.