Vogel
Amerikaanse kleine zilverreiger
Amerikaanse kleine zilverreiger
Egretta thula
Log in om deze soort toe te voegenDe Amerikaanse kleine zilverreiger behoort tot het geslacht Egretta binnen de familie van Reigers (Ardeidae).
Deze kleine witte reiger komt voor in Noord-, Centraal- en Zuid-Amerika, en is vooral aanwezig in kustgebieden. Ze bewonen verscheidene soorten natte gebieden, zoals moerassen, mangroven en zoutpannen. Ze zijn bekend vanwege hun actieve voedingsgedrag, waarbij ze in ondiep water prooi speuren door rustig te staan of door te bewegen met open vleugels.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Reigers (Ardeidae)
- Bird Genus
- Egretta
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Reigers
Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Man:
De man heeft een helder wit verenkleed met een zijdeachtige glans. De lange nek en slanke kop zijn eveneens wit, zonder zichtbare markeringen. De snavel is zwart en recht, met een subtiele kromming aan de punt. De poten zijn zwart met opvallend gele tenen, wat een sterk contrast vormt. De iris is geel, omgeven door een dunne, donkere oogring. Tijdens het broedseizoen kunnen sierveren op de rug en borst verschijnen. De vleugels zijn uniform wit, zonder zichtbare bandering of vlekken.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar helder wit verenkleed als de man, met een iets mattere glans. De snavel is eveneens zwart, maar kan iets korter zijn dan die van de man. De poten zijn zwart met gele tenen, hoewel de kleurintensiteit kan vari�ren. De iris is geel, met een subtiele donkere oogring. Tijdens het broedseizoen zijn de sierveren minder prominent aanwezig. De vleugels zijn egaal wit, zonder contrasten of markeringen. De nek is lang en slank, passend bij de rest van het lichaam.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer wit verenkleed met een lichtgrijze tint op de vleugels. De snavel is grijszwart, vaak lichter aan de basis. De poten zijn donkergrijs met minder opvallende gele tenen. De iris is bleekgeel, met een onopvallende oogring. De nek is korter en dikker in verhouding tot het lichaam. De vleugels vertonen soms een vage grijze bandering. De kop is ronder en minder gestroomlijnd dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, wit dons. De snavel en poten zijn lichtgrijs, zonder duidelijke markeringen.