Javaanse ralreiger

Ardeola speciosa

Log in om deze soort toe te voegen

De Javaanse ralreiger (synoniem: Java ralreiger) behoort tot het geslacht Ardeola binnen de familie van Reigers (Ardeidae).

De Javaanse ralreiger is een kleine, gedrongen vogel die voorkomt in ondiepe zoet- en zoutwatermoerassen in Zuidoost-Azi�. Het is een wadende vogel met een lengte van ongeveer 45 cm en heeft een kenmerkende snavel met een gele kleur en een zwarte punt. De vogel voedt zich met insecten, vissen en krabben. Buiten de broedtijd vertoont het verminderde kleuren, waardoor het moeilijk te onderscheiden is van andere soorten. De Javaanse ralreiger is een migrerende vogel en wordt beschouwd als "Niet bedreigd" op de IUCN-lijst.

Javaanse ralreiger
Javan Pond-Heron
Prachtreiher
Crabier malais

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Reigers (Ardeidae)
Bird Genus
Ardeola

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Reigers

Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Huisvestingsrichtlijnen reigers

Man:
De man heeft een opvallend kastanjebruine kop en nek met een zijdeachtige glans. De rug en vleugels zijn overwegend grijsbruin met subtiele donkere strepen. De borst is lichtgeel met een zachte overgang naar de witte buik. De vleugeldekveren zijn donkerder met een lichte rand, wat een versleten indruk kan geven. De snavel is geel met een donkere punt, en de naakte huid rond de ogen is lichtgroen. De poten zijn geelgroen en hebben een gladde textuur. De iris is helder geel, wat een scherp contrast vormt met de donkere pupil.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder uitgesproken kastanjebruine kop en nek dan de man. Haar rug en vleugels zijn meer uniform grijsbruin zonder duidelijke strepen. De borst is lichtgeel, maar minder intens dan bij de man, met een geleidelijke overgang naar de witte buik. De vleugeldekveren zijn egaal bruin zonder opvallende randen. De snavel is geel met een subtiele donkere punt, en de naakte huid rond de ogen is bleker. De poten zijn lichtgroen en hebben een iets ruwe textuur. De iris is lichtgeel, wat minder contrasterend is dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling en lichte strepen op de rug. De kop en nek zijn minder kastanjebruin en meer grijsbruin met vage strepen. De borst is lichtbruin met een geleidelijke overgang naar de vuilwitte buik. De vleugeldekveren zijn donkerbruin met lichte randen, wat een versleten uiterlijk geeft. De snavel is geelachtig met een donkere punt, en de naakte huid rond de ogen is vaal. De poten zijn groenachtig en hebben een ruwe textuur. De iris is dofgeel, wat weinig contrast biedt met de pupil.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed dat een zachte uitstraling heeft. Hun snavel is geelachtig met een donkere punt, en de poten zijn bleekgroen.