Vogel
Keizerreiger
Keizerreiger
Ardea insignis
Log in om deze soort toe te voegenDe Keizerreiger behoort tot het geslacht Ardea binnen de familie van Reigers (Ardeidae).
Deze zeldzame reiger komt voor in de lage en middelhoge berggebieden van Bhutan, Noordoost-India en Noord-Myanmar. Hij leeft vooral in rivieroevers en moerasbossen met oude bomen, waar hij solitair of in kleine groepjes vist op grote kreeften en vermoedelijk vis. De soort is kritisch bedreigd door habitatverlies.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Reigers (Ardeidae)
- Bird Genus
- Ardea
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Reigers
Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
- Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
- Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Man:
De man heeft een opvallend wit verenkleed met een subtiele zilverachtige glans. De kop is helderwit met een contrasterende zwarte kruin. De nek is lang en slank, met een lichte grijze tint. De borst en buik zijn effen wit, zonder zichtbare markeringen. De vleugels tonen een lichte grijze schaduw aan de randen. De snavel is lang en geel met een donkere punt. De poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is geel met een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar wit verenkleed, maar met een iets doffere uitstraling. De kop is wit met een minder uitgesproken zwarte kruin. De nek is slanker en heeft een lichte beige tint. De borst en buik zijn wit, met een subtiele grijze waas. De vleugels hebben een iets donkerdere grijze rand. De snavel is geel, maar iets korter dan die van de man. De poten zijn grijs met een iets ruwere textuur. De iris is lichtgeel met een dunne, grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijs verenkleed met een matte afwerking. De kop is lichtgrijs met een vage donkere streep. De nek is korter en heeft een bleke, beige tint. De borst en buik zijn grijs met een lichte, vlekkerige uitstraling. De vleugels zijn donkergrijs met een lichtere rand. De snavel is kort en geelachtig met een donkere basis. De poten zijn lichtgrijs met een ruwe textuur. De iris is grijs met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, lichtgrijs dons. Hun snavel is kort en bleekgeel van kleur.