Oosterse holenduif

Columba eversmanni

Log in om deze soort toe te voegen

De Oosterse holenduif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)

.

De geleoogduif is een grijze duif uit Centraal-Azië, vooral herkenbaar aan de gele huid rond het oog en gele iris. Hij broedt in de steppen van onder meer Kazachstan, Oezbekistan en Afghanistan, en overwintert verder naar het zuiden in Pakistan en het noorden van India, vaak in landbouwgebieden met verspreide bomen zoals moerbeien. Deze soort voedt zich vooral met zaden, granen en bessen, zoekt zijn voedsel vaak op de grond en trekt in de herfst in kleine groepen naar het zuiden om 's winters samen te roesten in bomen. Door intensieve jacht zijn de populaties sterk afgenomen en is de soort tegenwoordig bedreigd.

Oosterse holenduif
Pale-backed Pigeon
Gelbaugentaube
Pigeon d'Eversmann

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Columba

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 33-35 cm lengte. Het verenkleed is overwegend lichtgrijs, met een iets donkerder grijze rug en vleugels. De kop en borst hebben een subtiele rozige tot purperen zweem, terwijl de buik en onderstaartdekveren vuilwit zijn. De vleugels tonen een brede, donkergrijze band die in vlucht goed zichtbaar is. De staart is grijs met een donkere eindband en lichtere basis. De snavel is hoornkleurig tot zwart, met een lichte was aan de basis. De iris is oranjegeel tot roodachtig, omgeven door een smalle, grijze oogring. De poten zijn rood.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, maar doorgaans iets kleiner en matter van kleur. De roze zweem op borst en nek is vaak minder uitgesproken.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van tint, zonder de subtiele rozige glans van volwassen vogels. De vleugelband is minder contrastrijk en de iris donkerbruin in plaats van geel of rood. De oogring is nauwelijks zichtbaar en de poten zijn bleker rood.

Kuiken:
Kuikens zijn nestblijvers, geboren met dun, grijsvuil dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte. Het volwassen lichtgrijze kleed ontwikkelt zich pas tijdens de eerste jeugdrui.