Oosterse tortel

Streptopelia orientalis

Log in om deze soort toe te voegen

De Oosterse tortel behoort tot het geslacht Streptopelia uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze vogelsoort heeft een breed verspreidingsgebied in Azië, vaak aangetroffen van Siberië tot Japan en verder naar Zuidoost-Azië. Ze bewonen voornamelijk gemengde habitats zoals bosranden, akkers en stedelijke gebieden met bomen. Ze zijn vooral grondvogels die traag en methodisch foerageren op zaden en fruit, vaak in paren of alleen. Hun vleugelslag is typerend met een rinkelend geluid wanneer ze opvliegen.

Oosterse tortel
Oriental Turtle Dove
Orientturteltaube
Tourterelle orientale

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Streptopelia

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Verder lezen? Word lid van Aviornis

Man:
Het mannetje is een middelgrote tortelduif van circa 30-33 cm lengte. Het verenkleed is overwegend roodbruin tot kastanjebruin met donkere schubvormige tekening op de dekveren. De kop en nek zijn lichter grijsbruin, met op de zijkant van de nek een karakteristiek zwart-wit gebandeerd vlekje. De borst is lichtroze tot grijsroze, de buik vuilwit. De vleugels tonen brede, donkere veren met duidelijke kastanjebruine randen. De staart is lang en afgerond, donkergrijs met een brede, lichte eindband. De snavel is donkergrijs tot zwart. De iris is oranjerood tot rood, omgeven door een smalle, grijsblauwe oogring. De poten zijn rood.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De borst is bleker roze en de schubtekening op de vleugels minder contrastrijk.

Juveniel:
Juvenielen zijn valer bruin met minder uitgesproken tekening. De nekvlek ontbreekt of is slechts zwak zichtbaar. De mantel en vleugels zijn bruin met lichte randen, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De iris is donkerbruin en de oogring onopvallend. De poten zijn doffer rood.

Kuiken:
Kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dunne, grijsbruine donslaag. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte. De kenmerkende nekvlek en kastanjebruine vleugeltekening ontwikkelen zich pas na de eerste jeugdrui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 156