Schuitbekreiger

Cochlearius cochlearius

Log in om deze soort toe te voegen

De Schuitbekreiger (synoniem: Lepelbekreiger) behoort tot het geslacht Cochlearius binnen de familie van Reigers (Ardeidae).

Deze nachtactieve vogel leeft in mangrovebossen, moerassen en zoetwaterbossen van Mexico tot Brazili�. Hij jaagt solitair op vis, kikkers, insecten en kreeftachtigen, vaak door stil te staan of langzaam te loeren in ondiep water. Overdag rust hij verborgen in dicht gebladerte.

Schuitbekreiger
Boat-billed Heron
Kahnschnabelreiher
Savacou hupp�

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Reigers (Ardeidae)
Bird Genus
Cochlearius

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Reigers

Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Huisvestingsrichtlijnen reigers

Man:
De man heeft een opvallende, brede snavel met een blauwgrijze tint. Zijn kop is donker met een glanzende zwarte kap. De nek is lichter, met een subtiele grijswitte kleur. De borst en buik zijn egaal wit, zonder markeringen. Vleugels tonen een contrasterende mix van donkergrijs en zwart. Dekveren zijn donker met een lichte rand, wat een versleten indruk kan geven. De poten zijn grijsachtig met een gladde structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets minder uitgesproken snavel, met een grijzere tint. Haar kop is donker, maar de glans is minder intens dan bij de man. De nek heeft een zachtere, grijsachtige kleur. Borst en buik zijn wit, maar met een lichte grijze waas. Vleugels zijn donkergrijs met subtiele lichtere randen. Dekveren zijn donker met een iets versleten uiterlijk. Poten zijn grijs, vergelijkbaar met die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffere snavel met een meer bruine tint. Hun kop is donkerbruin met een minder duidelijke kap. De nek is grijsbruin, zonder de helderheid van volwassen vogels. Borst en buik zijn vuilwit met bruine vlekken. Vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen. Dekveren zijn bruin met een versleten rand. Poten zijn bruinachtig, met een ruwe textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijswitte donslaag. Hun snavel is kort en lichtgrijs van kleur.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 151