Vogel
Regenboogbijeneter
Regenboogbijeneter
Merops ornatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Regenboogbijeneter behoort tot het geslacht Merops binnen de familie van Bijeneters (Meropidae).
Deze kleurrijke vogel komt voor in open bossen, savannes en langs waterkanten van Australi�, Nieuw-Guinea en delen van Indonesi�. Hij jaagt voornamelijk op vliegende insecten, waaronder bijen en wespen, die hij in de vlucht vangt en tegen een tak slaat om het gif te verwijderen. Buiten het broedseizoen leeft hij sociaal in groepen en migreert het zuiden van Australi� naar warmere gebieden in het noorden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- Bijeneters (Meropidae)
- Bird Genus
- Merops
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Bijeneters
Bijeneters zijn kleurrijke, insectenetende vogels die vooral voorkomen in warme, open landschappen. Ze zijn zeer actief vliegers en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime volières met voldoende vlieg- en nestgelegenheid, veel zonlicht en droogte. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–20 m² per koppel, ≥ 3 m hoog) met zand- of leembodem voor nestgangen of kunstmatige nesttunnels; enkele zitstokken op verschillende hoogten.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bescherming tegen wind en regen; in koude periodes verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte en nestgelegenheid; tijdens broed voldoende afstand tussen nestgangen.
- Voeding: insectenrijk dieet (bijen, krekels, libellen, sprinkhanen); aanvullen met meelwormen, wasmotlarven, zacht insectenvoer en supplementen; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: volière met natuurlijke zonlichttoegang; droge omstandigheden essentieel; zandwanden of nestbuizen bevorderen broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend kleurrijk verenkleed met een glanzende groene rug en vleugels. De kop is kastanjebruin met een helderblauwe keel en een zwarte oogstreep. De borst is geel met een subtiele overgang naar een groene buik. De staart is lang en puntig, met een centrale verlenging die donkerder van kleur is. De snavel is zwart, slank en licht gebogen, ideaal voor het vangen van insecten. De poten zijn donkergrijs en onopvallend, passend bij het algehele kleurenschema. De iris is roodbruin, wat een scherp contrast vormt met de oogstreep.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder intense kleuren. De groene tinten op de rug en vleugels zijn iets doffer en minder glanzend. De kastanjebruine kop is iets lichter, met een minder uitgesproken blauwe keel. De borst is geel, maar de overgang naar de groene buik is minder scherp. De snavel is eveneens zwart en gebogen, maar iets korter dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, met een iets lichtere tint dan bij de man. De iris is roodbruin, maar iets minder opvallend.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend groene tint op rug en vleugels. De kop is minder uitgesproken kastanjebruin, met een vaag zichtbare oogstreep. De keel is bleekblauw, maar minder helder dan bij volwassen vogels. De borst is lichtgeel, met een geleidelijke overgang naar een bleke groene buik. De snavel is korter en minder gebogen, met een grijze tint. De poten zijn lichtgrijs, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, wat minder contrast biedt met de oogstreep.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, grijze veren. De snavel is kort en recht, met een lichte kleur.