Vogel
Pacifischeduif
Pacifischeduif
Zenaida meloda
Log in om deze soort toe te voegenDe Pacifischeduif behoort tot het geslacht Zenaida uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort komt voor in de kustgebieden van westelijk Peru en noordelijk Chili, waar hij zich thuis voelt in droge laaglanden, landbouwgebieden en stedelijke omgevingen. Hij voedt zich vooral met zaden en graan en vertoont sociaal gedrag, vaak in kleine groepjes. Nestelt in struiken, bomen of gebouwen en is overwegend standvogel met aanpassingsvermogen aan diverse habitats.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Zenaida
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 28-30 cm lengte. Het verenkleed is overwegend zandbruin tot lichtgrijsbruin. De kop en borst zijn zacht rozegrijs, de buik vuilwit. De vleugels zijn donkerder bruin met duidelijke zwarte vlekken op de dekveren. De staart is lang en afgerond, donker met brede witte eindbanden die in vlucht goed zichtbaar zijn. Achter het oor bevindt zich een kleine, donkere vlek. De snavel is zwart, de iris roodachtig, en de oogring is smal en blauwgrijs. De poten zijn rood.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De roze zweem op de borst is minder uitgesproken en de oorvlek vaak minder contrastrijk.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van tint, met een fijne geschubde tekening door lichte randen aan rug- en vleugelveren. De oorvlek ontbreekt of is slechts vaag zichtbaar. De iris is donkerbruin, de oogring onopvallend en de poten zijn bleker rood.
Kuiken:
Kuikens zijn nestblijvers en worden bedekt met dun, grijsbruin dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen donker. De kenmerkende oorvlek en witte staartband verschijnen pas tijdens de eerste jeugdrui.