Vogel
Quetzal
Quetzal
Pharomachrus mocinno
Log in om deze soort toe te voegenDe Quetzal behoort tot het geslacht Pharomachrus binnen de familie van Trogons (Trogonidae).
Deze opvallende vogel leeft in de vochtige bergwouden van Midden-Amerika, van zuidelijk Mexico tot westelijk Panama. Hij bewoont vooral het bladerdak van nevelwouden op hoogtes tussen 900 en 3.200 meter. Het dier is vooral solitair en actief tijdens het broedseizoen, wanneer hij met kleurrijke vlucht- en roepgedragingen een partner zoekt. Nestplaatsen bevinden zich vaak in rotte bomen en oude spechtenholen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trogons (Trogoniformes)
- Bird Family
- Trogons (Trogonidae)
- Bird Genus
- Pharomachrus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trogons
Trogons zijn kleurrijke, boomlevende vogels uit tropische en subtropische bossen. Ze leven meestal solitair of in paren en brengen veel tijd zittend door in de boomkruinen, waar zij insecten en fruit verzamelen. In de avicultuur vragen Trogons om rustige, hoog ingerichte en dichtbeplante verblijven met een stabiel warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: hoog, dichtbeplant buitenverblijf (20–30 m² per koppel); volièrematen met hoogte ≥ 3 m; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, warm en tochtvrij.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%.
- Sociaal: solitair of per koppel; rustige soort; territoriaal rond nest tijdens broedperiode.
- Voeding: insecten en zacht fruit; universeelvoer als aanvulling; voer op verhoogde plekken aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
- Overig: nestkast of holte op hoogte; rustige ligging essentieel; dagelijkse hygiëne en goede ventilatie bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend iriserend groen verenkleed op de kop, nek en rug. De borst is felrood, wat sterk contrasteert met de groene bovenzijde. De lange staartveren zijn glanzend groen met een blauwe tint. De vleugels zijn donker met een subtiele groene glans. De snavel is geel en licht gebogen, zonder was. De poten zijn donkergrijs en slank. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder opvallend verenkleed met een matte groene kop en rug. De borst is doffer rood, soms met een oranje tint. De staartveren zijn korter en minder glanzend dan die van de man. De vleugels zijn donker met een lichte groene schijn. De snavel is donkergrijs en recht, zonder was. De poten zijn grijs en iets robuuster dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dofbruin verenkleed met een lichte groene glans op de rug. De borst is vaalrood, vaak met bruine vlekken. De staartveren zijn kort en hebben een matte afwerking. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte groene tint. De snavel is grijs en recht, zonder was. De poten zijn lichtgrijs en slank. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsbruin dons. De snavel is klein en lichtgrijs.