Aleoetenstern

Onychoprion aleuticus

Log in om deze soort toe te voegen

De Aleoetenstern behoort tot het geslacht Onychoprion binnen de familie van Trogons (Laridae).

Deze zeevogel broedt in kustkolonies in Alaska en Oost-Siberi� en overwintert in het westelijk deel van de Stille Oceaan nabij de evenaar. Hij leeft vooral in subarctische gebieden en jaagt op insecten boven wateroppervlakten. Het is een migrerende soort met een kwetsbare populatie die in aantal afneemt.

Aleoetenstern
Aleutian Tern
Aleutenseeschwalbe
Sterne des Al�outiennes

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Onychoprion

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een donkergrijze kop met een scherp afgetekende witte voorhoofdsvlek. De nek is lichtgrijs, wat contrasteert met de donkerdere rug en vleugels. De vleugels zijn donkergrijs met lichtere randen, wat een subtiel patroon cre�ert. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De snavel is zwart en slank, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met iets minder uitgesproken contrasten. De kop is donkergrijs met een minder scherpe witte voorhoofdsvlek. De nek en rug zijn lichtgrijs, met subtiele tintverschillen ten opzichte van de vleugels. De vleugels hebben lichtere randen, maar zijn over het algemeen donkerder dan de rest van het lichaam. De borst en buik zijn wit, maar kunnen een lichtgrijze waas vertonen. De snavel is zwart en iets korter dan die van de man. De poten zijn donkergrijs en glad.

Juveniel:
Juvenielen hebben een meer gem�leerd verenkleed met bruine en grijze tinten. De kop is lichter grijs met een minder duidelijke voorhoofdsvlek. De nek en rug zijn bruingrijs, met een vage bandering die minder uitgesproken is dan bij volwassenen. De vleugels zijn donkerder met lichtere randen, maar de contrasten zijn minder scherp. De borst en buik zijn vuilwit met een grijze tint. De snavel is donkergrijs en korter dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtgrijs verenkleed dat hen goed camoufleert. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.