Arabische stern

Sterna repressa

Log in om deze soort toe te voegen

De Arabische stern behoort tot het geslacht Sterna binnen de familie van Sterns (Laridae).

De Arabische stern is een zeevogel die vooral voorkomt langs de kusten van de Rode Zee, de Perzische Golf, het zuiden van het Arabisch Schiereiland, de Hoorn van Afrika, Oost-Afrika tot Pakistan en zuidwestelijk India. Hij leeft vooral op tropische en subtropische stranden, zandplaten, kale eilandjes en boven de hoogwaterlijn, waar hij in kolonies broedt samen met andere sternsoorten. Zijn voedsel bestaat uit kleine visjes en ongewervelden, die hij vangt door laag boven het water te vliegen en te duiken. De meeste vogels trekken, maar sommige populaties in Oost-Afrika blijven het hele jaar. De soort staat niet als bedreigd te boek, hoewel plaatselijke bedreigingen zoals habitatverlies en invasieve soorten wel voorkomen.

Arabische stern
White-cheeked Tern
Wei�wangen-Seeschwalbe
Sterne � joues blanches

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Sterna

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een helder witte onderzijde met een subtiele zilverachtige glans. De bovenzijde is lichtgrijs met een duidelijke scheiding naar de witte nek. De kop is zwart met een scherpe grens naar de witte wangen. De snavel is slank en oranje met een zwarte punt. De vleugels zijn grijs met een lichte, bijna onzichtbare rand. De poten zijn felrood en contrasteren met het verenkleed. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets doffere tint. De bovenzijde is grijs met een subtiele blauwe ondertoon. De kop heeft een minder scherpe scheiding tussen zwart en wit. De snavel is iets korter en heeft een meer gele basis. De vleugels zijn grijs met een lichte, versleten rand. De poten zijn oranje-rood, iets minder fel dan bij de man. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsbruin verenkleed met een vage bandering op de vleugels. De kop is lichter met een onduidelijke zwarte kap. De snavel is kort en donker met een gele basis. De borst en buik zijn wit met een grijze waas. De vleugels hebben een versleten uiterlijk met lichte randen. De poten zijn bleek oranje en minder opvallend. De ogen zijn donker zonder zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, grijsbruin dons met een lichte vlekkerigheid. De snavel is kort en geelachtig.