Californische kuifstern

Thalasseus elegans

Log in om deze soort toe te voegen

De Californische kuifstern (synoniem: Sierlijke stern) behoort tot het geslacht Thalasseus binnen de familie van Sterns (Laridae).

Deze vogelsoort komt voor langs de Pacifische kusten van zuidelijk Californi�, Mexico en verder zuidwaarts tot Chili. Hij broedt in dichte kolonies op eilanden en kustgebieden. Het nest wordt op de grond gemaakt, vaak dicht op andere nesten. De vogel duikt vanuit de lucht om vis te vangen en vertoont weinig agressie naar predators, vertrouwend op nestdichtheid en nabijheid van agressievere soorten voor bescherming.

Californische kuifstern
Elegant Tern
Schmuckseeschwalbe
Sterne �l�gante

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Thalasseus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend zilvergrijs verenkleed met een lichte glans. De kop is wit met een zwarte kuif die in de zomer prominenter is. De snavel is lang, slank en fel oranje van kleur. De borst en buik zijn wit, wat contrasteert met de grijze rug en vleugels. De vleugels hebben donkere uiteinden, wat een scherp contrast geeft. De poten zijn zwart en slank, wat bijdraagt aan een elegante uitstraling. De ogen zijn donker met een subtiele witte oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets minder uitgesproken kuif. Het verenkleed is eveneens zilvergrijs met een subtiele glans. De snavel is iets korter en minder fel oranje. De borst en buik zijn wit, met een lichte grijze tint op de flanken. De vleugels hebben donkere uiteinden, maar zijn iets minder contrasterend. De poten zijn zwart en slank, vergelijkbaar met die van de man. De ogen zijn donker met een subtiele witte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijs verenkleed met een matte uitstraling. De kop is wit met een minder uitgesproken zwarte kuif. De snavel is korter en geelachtig met een donkere punt. De borst en buik zijn wit, met een grijze waas op de flanken. De vleugels hebben een lichte bandering en minder contrasterende uiteinden. De poten zijn donkergrijs en minder slank dan bij volwassenen. De ogen zijn donker zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, grijswit dons. De snavel is kort en geelachtig van kleur.