Fijistern

Onychoprion lunatus

Log in om deze soort toe te voegen

De Fijistern behoort tot het geslacht Onychoprion binnen de familie van Sterns (Laridae).

Deze zeevogel komt voor op eilandengroepen in de tropische Stille Oceaan, met name in het noordwesten van Hawa�, maar ook op eilanden van de Mariana�s tot de Tuamotu-eilanden. Hij broedt op rotsachtige en zandige eilanden, vaak in kolonies samen met andere zeevogels. Buiten de broedtijd trekt hij deelgewijs naar het zuiden, soms tot aan Papoea-Nieuw-Guinea en de Filipijnen. De vogel voedt zich voornamelijk met kleine vis en inktvissen, die hij vangt door duiken of oppikken van het wateroppervlak, vaak in de buurt van zwermen tonijn. Hij is gregarisch en roept in groepen op zandstranden of rotsen.

Fijistern
Spectacled Tern
Brillenseeschwalbe
Sterne � dos gris

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Onychoprion

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kap die scherp contrasteert met de witte wangen en keel. De bovenzijde is donkergrijs met een subtiele zilverachtige glans, terwijl de onderzijde helder wit is. De vleugels zijn donkergrijs met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De staart is diep gevorkt en wit met donkere buitenste veren. De snavel is slank en zwart, zonder zichtbare was. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar de zwarte kap is iets minder glanzend. De bovenzijde is eveneens donkergrijs, maar kan een iets mattere uitstraling hebben. De vleugels vertonen dezelfde donkere tinten met lichtere randen. De staart is diep gevorkt en heeft dezelfde kleurpatronen als de man. De snavel is zwart en slank, zonder zichtbare was. De poten zijn donkergrijs en glad. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een meer gem�leerd verenkleed met bruine en grijze tinten op de bovenzijde. De kop is minder scherp afgetekend, met een vage donkere kap. De onderzijde is vuilwit met een lichte grijze waas. De vleugels zijn donkergrijs met lichtere randen, maar minder uitgesproken dan bij volwassenen. De staart is minder diep gevorkt en heeft een meer uniforme kleur. De snavel is donkergrijs en korter dan bij volwassenen. De poten zijn grijs en hebben een ruwe textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig grijsbruin verenkleed. De snavel en poten zijn lichtgrijs en zacht.