Vogel
Grijze noddy
Grijze noddy
Anous albivitta
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijze noddy behoort tot het geslacht Anous binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze zeevogel komt voor op rotsachtige eilanden in de Stille Oceaan, met name rond Lord Howe, Norfolk, de Kermadec-eilanden en Tonga, en leeft voornamelijk in kolonies op beschutte rotsoppervlakken of onder vegetatie. Hij voedt zich met plankton en kleine vis, die hij oppikt van het wateroppervlak door te zweven en te duiken. Het broedgedrag is sociaal, met een ei per nest dat door beide ouders wordt uitgebroed. De jongen worden gevoerd met geregurgiteerd voedsel en verlaten het nest na ongeveer vijf weken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Anous
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een donkergrijs verenkleed met een subtiele blauwachtige glans. De kop is iets lichter van kleur, met een scherp contrast naar de donkerdere nek. De vleugels zijn egaal donkergrijs, zonder opvallende markeringen. De staart is kort en afgerond, met een iets lichtere onderzijde. De snavel is zwart en recht, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs, bijna zwart, met een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets mattere uitstraling. De kop is iets lichter, met een subtiele overgang naar de donkerdere nek. De vleugels zijn egaal van kleur, zonder zichtbare vlekken of strepen. De staart is afgerond en heeft een iets lichtere onderzijde dan de rest van het lichaam. De snavel is zwart en recht, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een donkergrijs verenkleed met een doffe uitstraling, zonder de glans van volwassenen. De kop is iets lichter, met een geleidelijke overgang naar de nek. De vleugels zijn egaal donkergrijs, zonder opvallende markeringen. De staart is kort en afgerond, met een iets lichtere onderzijde. De snavel is donkergrijs en recht, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs, met een iets ruwere textuur dan bij volwassenen. De ogen zijn donkerbruin, met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtgrijs verenkleed dat geleidelijk donkerder wordt naarmate ze ouder worden. De snavel is kort en donkergrijs, met een lichte kromming aan de punt.