Vogel
Grote stern
Grote stern
Thalasseus sandvicensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Grote stern (synoniem: Sterna sandvicensis) behoort tot het geslacht Thalasseus binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze zeevogel komt voor langs kusten van Europa tot Centraal-Azi� en overwintert in Afrika, India en Sri Lanka. Hij leeft vooral in kustgebieden zoals stranden, eilanden, estuaria en soms grote meren. De vogel broedt in dichte kolonies en voedt zich hoofdzakelijk met vis, die hij vangt door te duiken in ondiep water. Kenmerkend is zijn luide roep en zijn gedrag tijdens het baltsen, waarbij de mannetjes vis aan de vrouwtjes aanbieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Thalasseus
Ringmaat
Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mmWelzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een overwegend wit verenkleed met een lichte grijze tint op de rug. De kop is voorzien van een zwarte kap die tot de nek reikt, met een scherpe grens. De vleugels zijn grijs met witte randen, wat een subtiel contrast geeft. De snavel is lang en slank, met een gele basis en zwarte punt. De poten zijn zwart en slank, wat een elegante uitstraling geeft. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets minder uitgesproken zwarte kap. De grijze tint op de rug is vaak iets lichter, wat een zachter contrast biedt. De vleugels hebben dezelfde grijze kleur met witte randen, maar kunnen iets matter zijn. De snavel is vergelijkbaar in vorm, met een iets minder intense gele kleur. De poten zijn eveneens zwart, maar kunnen iets dunner lijken. De ogen zijn donker, met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een meer gem�leerd verenkleed met bruine en grijze tinten op de rug en vleugels. De kop heeft een minder duidelijke zwarte kap, vaak met bruine vlekken. De vleugels zijn grijs met bruine randen, wat een versleten indruk geeft. De snavel is korter en donkerder, met een minder uitgesproken gele basis. De poten zijn donkergrijs en iets robuuster dan bij volwassenen. De ogen zijn donker, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed met lichte vlekken. De snavel is kort en donkergrijs.