Palmtortel (senegal)

Spilopelia senegalensis senegalensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Palmtortel (senegal) behoort tot het geslacht Spilopelia uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze kleine, slanke duif valt op door zijn zachtbruine verenkleed en de karakteristieke roodbruine vlekjes op de borst. De soort komt wijdverspreid voor in Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Azië en is in Europa zeldzaam als exoot. Hij voelt zich thuis in open, droge en vaak bewoonde landschappen, zoals savannes, parken en tuinen, waar hij zich voedt met zaden, granen en kleine insecten. In tegenstelling tot veel andere duiven bouwt hij zijn nest vaak laag in struiken of bomen, soms zelfs op gebouwen. Zijn roep klinkt als een luid, herhalend soort 'lach', waaraan hij zijn Engelse naam te danken heeft. Paartjes zijn vaak te zien bij het voedsel zoeken of in gezamenlijk baltsgedrag.

Palmtortel (senegal)
Laughing Dove (senegalensis)
Tourterelle maillée (senegalensis)

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Spilopelia

Ringmaat

Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje (nominaatvorm van de palmtortel) is een kleine tortelduif van circa 25-27 cm lengte. Het verenkleed is warm kaneelbruin tot roodachtig bruin, vaak dieper van kleur dan bij Aziatische ondersoorten. De kop en nek zijn lichter grijsbruin met een zachte roze tot paarsachtige zweem op de borst. De zijkant van de hals draagt een opvallende, contrastrijke zwarte vlekkenband die bij deze vorm duidelijker en grover is. De vleugels zijn roodbruin met donkerder dekveren en subtiel blauwgrijze tonen op de slagpennen. De buik is vuilwit tot lichtgrijs. De staart is lang en grijsbruin met brede witte buitenste pennen die in vlucht goed zichtbaar zijn. De snavel is zwart, de iris oranjerood tot kastanjebruin, met een smalle blauwgrijze oogring. De poten zijn rood.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en matter gekleurd. De roze zweem op de borst is doorgaans minder intens en de zwarte halsband iets fijner.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van tint, met brede lichte randen aan mantel- en vleugelveren waardoor een geschubd patroon ontstaat. De borst is beige zonder roze glans. De zwarte halsband ontbreekt of is slechts zwak zichtbaar. De iris is donkerbruin, de oogring onopvallend en de poten valer rood.

Kuiken:
Kuikens zijn nestblijvers, geboren met dun, grijsvuil dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de ogen gesloten bij geboorte. De contrastrijke zwarte halsband verschijnt pas in de eerste jeugdrui.