Vogel
Koningsstern
Koningsstern
Thalasseus maximus
Log in om deze soort toe te voegenDe Koningsstern (synoniem: Sterna maxima) behoort tot het geslacht Thalasseus binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze grote zeevogel komt voor langs de kusten van Amerika, van Texas tot Argentini�, en broedt op zandstranden en in lagunes. Hij jaagt op kleine vissen door vanaf de lucht in het water te duiken en leeft vaak in luidruchtige kolonies. Buiten het broedseizoen trekt hij naar warmere kustgebieden waar hij in groepen vliegt en rust.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Thalasseus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallend witte kop met een zwarte kuif die naar achteren wijst. Zijn nek en borst zijn helderwit, wat contrasteert met de grijze rug en vleugels. De vleugels hebben een lichte zilverachtige glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De snavel is lang, slank en fel oranje, zonder zichtbare was. De poten zijn zwart en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een subtiele, onopvallende oogring. In de winter kan de zwarte kuif minder prominent zijn.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets minder uitgesproken kuif. Haar verenkleed is overwegend wit met een grijze tint op de rug en vleugels. De vleugelveren hebben een lichte, bijna onmerkbare rand. De snavel is eveneens oranje, maar kan iets korter zijn dan die van de man. De poten zijn zwart en slank, met een vergelijkbare structuur als die van de man. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. In de winter is de koptekening minder scherp afgebakend.
Juveniel:
Juvenielen hebben een meer gem�leerd verenkleed met bruine en grijze tinten op de rug en vleugels. De kop is minder wit en heeft een vage, donkere tekening. De snavel is korter en bleker, vaak met een gelige tint. De poten zijn donkergrijs en minder robuust dan bij volwassen vogels. De iris is donker, zonder duidelijke oogring. Naarmate ze ouder worden, krijgen ze een witter verenkleed. De vleugelveren zijn vaak versleten en hebben een doffere uitstraling.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, grijsbruin dons dat hen goed camoufleert. Hun snavel is kort en bleekgeel.