Vogel
Reuzenstern
Reuzenstern
Hydroprogne caspia
Log in om deze soort toe te voegenDe Reuzenstern (synoniem: Sterna caspia) behoort tot het geslacht Hydroprogne binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze grote stern, de grootste ter wereld, heeft een opvallend dieprode snavel en een zwarte kap op een verder witte kop. Hij broedt in grote, dichte kolonies op zandige stranden en eilandjes aan kusten en grote meren, ook ver landinwaarts, en mijdt meestal begroeide of drukke plekken. Hij komt wereldwijd verspreid voor, van de Noord-Amerikaanse kust via Europa tot Australi� en Afrika. Op zoek naar vis duikt hij schoksgewijs in meren, rivieren, baaien en aan de kust, soms grote afstanden vliegend vanaf de broedplek. De soort is luidruchtig, sociaal en territoriaal in de broedtijd en overwintert vaak in warmere streken, terwijl hij hier als doortrekker of zomergast verblijft.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Hydroprogne
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop is wit met een opvallende zwarte kap die tot de nek reikt. De vleugels zijn donkerder grijs met lichte randen, wat een subtiel contrast geeft. De borst en buik zijn wit, wat scherp afsteekt tegen de donkere vleugels. De snavel is robuust en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een subtiele, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets minder uitgesproken glans op de veren. De zwarte kap op de kop is vaak iets minder uitgebreid en kan wat vervaagd lijken. De vleugels hebben dezelfde donkere tint, maar de lichte randen zijn minder scherp. De borst en buik zijn eveneens wit, maar kunnen een iets doffere uitstraling hebben. De snavel is vergelijkbaar in vorm en kleur, maar soms iets slanker. De poten zijn donkergrijs, net als bij de man. De ogen hebben dezelfde donkere kleur met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een meer bruinachtig verenkleed met een matte uitstraling. De kop is lichter bruin met een minder duidelijke kap. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De borst en buik zijn vuilwit met een vage bruine tint. De snavel is donkergrijs en minder robuust dan bij volwassenen. De poten zijn lichter grijs en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtgrijs verenkleed met een zachte textuur. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.