Rivierstern

Sterna aurantia

Log in om deze soort toe te voegen

De Rivierstern behoort tot het geslacht Sterna binnen de familie van Sterns (Laridae).

Deze vogelsoort leeft voornamelijk in rivier- en zoetwatermeren in Zuid-Azi�, van Pakistan tot Thailand, en broedt graag op zandbanken in rivieren. Hij jaagt vooral op vissen, kleine kreeftachtigen en insecten door duikvluchten. Zijn voortplanting vindt plaats tussen februari en mei, vaak in kolonies op moeilijk bereikbare plaatsen. Door menselijk ingrijpen en habitatverstoring is de populatie dalende.

Rivierstern
River Tern
Goldschnabel-Seeschwalbe
Sterne de rivi�re

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Sterna

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een opvallend helderwitte kop met een zwarte kruin die glanzend is. De nek en borst zijn eveneens wit, wat contrasteert met de grijsachtige rug en vleugels. De vleugels hebben een subtiele zilverachtige glans, met donkergrijze uiteinden. De snavel is feloranje en recht, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn levendig rood, wat opvalt tegen het lichtere verenkleed. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar de zwarte kruin is iets minder glanzend. De borst en buik zijn wit, met een zachte overgang naar de grijze rug. De vleugels zijn lichtgrijs met een subtiele donkere rand aan de uiteinden. De snavel is iets minder feloranje dan die van de man, maar behoudt dezelfde vorm. De poten zijn oranje, iets minder intens van kleur dan bij de man. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een grijsachtige kop en een minder uitgesproken zwarte kruin. De borst en buik zijn vaalwit, met een lichte grijze waas. De vleugels zijn grijs met een onregelmatige donkere bandering. De snavel is geelachtig met een donkere punt, minder fel dan bij volwassenen. De poten zijn bleekoranje, wat minder opvalt. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, lichtgrijs dons. De snavel en poten zijn bleekgeel van kleur.