Zuid-Amerikaanse visdief

Sterna hirundinacea

Log in om deze soort toe te voegen

De Zuid-Amerikaanse visdief behoort tot het geslacht Sterna binnen de familie van Sterns (Laridae).

Deze elegante, middelgrote meeuwachtige vogel is vooral te vinden langs de kusten van zuidelijk Zuid-Amerika, van Peru en Brazili� tot aan Vuurland en de Falklandeilanden, met name in Patagoni� verblijft hij graag op stranden, rotskusten, eilanden en in riviermondingen. Hij maakt zijn nest op zandige of rotsachtige plekken en voedt zich door vanuit de vlucht te duiken op kleine visjes in de kustzone; buiten het broedseizoen zoekt hij ook wel rustgebieden op in havens en lagunes. Levend in sociale, soms grote kolonies, is deze trekvogel een opvallende verschijning dankzij zijn karakteristieke vorkstaart, rood gekleurde snavel en scherpe roep.

Zuid-Amerikaanse visdief
South American Tern
Falklandseeschwalbe
Sterne hirundinac�e

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Sterna

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een helder witte borst en buik met een zilvergrijze rug en vleugels. De kop is zwart met een scherpe grens naar de witte nek. De snavel is rood en slank, met een subtiele zwarte punt. De poten zijn felrood en contrasteren met het verenkleed. De vleugels hebben een lichte zilvergrijze tint met donkere uiteinden. De staart is diep gevorkt en wit, met een lichte grijze schaduw aan de randen.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffere grijze rug. De zwarte kap op de kop is minder intens en kan wat vervagen naar de nek. De snavel is iets korter en heeft een minder uitgesproken zwarte punt. De poten zijn rood, maar iets minder fel dan bij de man. De vleugels hebben dezelfde zilvergrijze tint, maar met subtielere donkere uiteinden. De staart is eveneens diep gevorkt, met een vergelijkbare lichte grijze schaduw.

Juveniel:
Juvenielen hebben een meer gem�leerd verenkleed met bruine en grijze tinten op de rug en vleugels. De kop is minder contrasterend, met een grijsachtige kap en een witte nek. De snavel is donkerder en korter dan bij volwassen vogels. De poten zijn bleekroze en minder opvallend. De vleugels hebben een meer versleten uiterlijk met minder uitgesproken donkere uiteinden. De staart is korter en minder diep gevorkt, met een lichte grijze schaduw.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed met lichte vlekken. De snavel en poten zijn bleekroze en onopvallend.