Vogel
Zuidpoolstern
Zuidpoolstern
Sterna vittata
Log in om deze soort toe te voegenDe Zuidpoolstern behoort tot het geslacht Sterna binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze zeevogel leeft vooral op rotsachtige eilanden en kliffen in de zuidelijke oceanen rond Antarctica en nabijgelegen sub-Antarctische gebieden. Ze nestelen in kolonies, vaak in de buurt van andere zeebroedvogels. Buiten het broedseizoen zijn ze te vinden langs de rand van het zee-ijs en soms aan kusten van Zuid-Afrika. Ze voeden zich in groepen met kleine vissen en kreeftachtigen, waarbij ze soms in het ondiepe water duiken. Ouders zorgen intensief voor hun jongen totdat deze zelfstandig kunnen vliegen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Sterna
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een helder witte borst en buik met een subtiele zilverachtige glans. De kop is zwart met een scherpe scheiding naar de witte nek. De vleugels zijn grijs met een lichte zilveren tint en donkere uiteinden. De rug is donkergrijs, wat contrasteert met de lichtere vleugels. De snavel is slank en fel oranje met een zwarte punt. De poten zijn roodachtig oranje, wat opvalt tegen het lichtere verenkleed. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met iets doffere tinten. De kop is eveneens zwart, maar de scheiding naar de nek is minder scherp. De vleugels hebben een matte grijze kleur met subtiele donkere randen. De rug is iets lichter grijs dan bij de man, met een zachte overgang naar de vleugels. De snavel is oranje, maar iets minder fel dan die van de man. De poten zijn oranje, maar kunnen een iets blekere tint hebben. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijs verenkleed met een lichte bruine tint op de rug. De kop is wit met een donkere oogstreep die doorloopt naar de nek. De vleugels zijn grijs met een lichte bruine rand, wat een versleten indruk geeft. De borst en buik zijn wit, maar met een vage grijze waas. De snavel is donkergrijs met een lichtere basis. De poten zijn bleek oranje, wat contrasteert met de donkere veren. De ogen zijn donker zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijsbruine donslaag die hen goed camoufleert. De snavel en poten zijn bleekgrijs, passend bij hun jonge leeftijd.