Vogel
Parelhalstortel (gewone)
Parelhalstortel (gewone)
Spilopelia chinensis tigrina
Log in om deze soort toe te voegenDe Parelhalstortel (gewone) behoort tot het geslacht Spilopelia uit de familie van duiven (Columbidae)
.Deze tortelduif komt voor van Bangladesh en noordoostelijk India via Indochina tot de Filipijnen en de Sunda-eilanden. Ze bewonen open of halfopen gebieden zoals tuinen, landbouwgrond en parken, maar vermijden dichte bossen. Meestal rusten ze alleen of in paartjes en foerageren op de grond op zaden en kleine insecten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Spilopelia
Ringmaat
Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend lichtbruin tot grijsbruin verenkleed met subtiele roze en grijsachtige tinten op de borst. Het meest kenmerkende is de zwart-witte, geschubde halsband aan weerszijden van de nek. De vleugeldekveren zijn bruin met lichtere randen, wat een geschubd patroon oplevert. De buik is lichter, vaak vuilwit tot grijs. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten roodachtig en de iris roodbruin met een smalle lichtgrijze oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkaardig aan het mannetje, maar over het algemeen iets doffer van kleur. De roze tint op de borst is minder uitgesproken en de geschubde halsband is soms minder contrastrijk.
Juveniel:
Jonge vogels missen de duidelijke halsband en hebben een meer uniform bruin verenkleed met zwakke geschubde patronen op de vleugels. De borst is grauwbruin en de iris is donkerder. De poten zijn doffer rood of vleeskleurig.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, donkerbruin dons dat voor camouflage zorgt. De snavel is donkergrijs en de poten vleeskleurig. De kenmerkende halsband ontwikkelt zich pas in een later stadium van de groei.