Vogel
Hazelhoen
Hazelhoen
Tetrastes bonasia
Log in om deze soort toe te voegenDe Hazelhoen behoort tot het geslacht Tetrastes binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).
De hazelhoen komt voor in dichte, vochtige gemengde bossen van Noord-Europa tot Oost-Azi�, waar het vooral in bergachtige gebieden leeft. Het is een standvogel die zich goed verbergt in het struikgewas en vooral vegetatie zoekt met een dichte laag van dennen, sparren en loofbomen. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit knoppen, bessen, zaden en insecten, waarbij het in de winter meer op bomen leeft en in de zomer op de grond zoekt. Het is een solitaire vogel die gevoelig is voor bosfragmentatie en open gebieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Tetrastes
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een grijsbruine kop met een subtiele zwarte keelvlek. De borst is grijs met fijne, donkere bandering. De rug en vleugels zijn bruin met lichte, versleten randen. De buik is witachtig met donkere vlekken, die naar de flanken toe prominenter worden. De staart is donker met een opvallende zwarte eindband. De snavel is kort en donkergrijs, passend bij de donkere ogen. De poten zijn grijsachtig met fijne schubben.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte bruine kleur op de kop en nek. De borst is lichtbruin met een fijne, donkere bandering. De rug en vleugels zijn bruin met lichtere, versleten randen. De buik is cr�mekleurig met onregelmatige donkere vlekken. De staart heeft een minder uitgesproken zwarte eindband dan de man. De snavel is kort en donkergrijs, met een subtiele wasachtige basis. De poten zijn grijsachtig met een fijnere structuur dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met lichtere, versleten randen. De kop is minder contrastrijk dan bij volwassenen, met een vage keelvlek. De borst is lichtbruin met een onregelmatige bandering. De rug en vleugels zijn bruin met lichtere randen, die snel verslijten. De buik is cr�mekleurig met onregelmatige donkere vlekken. De snavel is kort en grijs, met een minder ontwikkelde was. De poten zijn grijsachtig en fijn gestructureerd.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, geelbruine donslaag. Ze hebben een donkere oogstreep en een lichte buik.