Vogel
Korhoen (continentale populatie)
Korhoen (continentale populatie)
Lyrurus tetrix tetrix
Log in om deze soort toe te voegenDe Korhoen (continentale populatie) behoort tot het geslacht Lyrurus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).
Deze opvallende soort uit de familie van de korhoenders is in Europa wijdverspreid, van de Alpen via Scandinavi� tot in Rusland en Azi�, maar is in Nederland en vele andere landen zeldzaam geworden of zelfs verdwenen. De vogel leeft vooral in open, structuurrijke landschappen zoals heide, veen, bosranden en jonge naaldbossen, waar een afwisseling van bos en open plekken cruciaal is. In het voorjaar verzamelen de mannetjes zich op traditionele baltsplaatsen (leks) om indruk te maken op de vrouwtjes; buiten het broedseizoen zijn ze schuwer en vormen ze groepen in dichte bossen, terwijl ze vooral �s winters leven van knopschieten van bomen. Deze soort kent een sterke achteruitgang door verdroging, ontginning en versnippering van zijn leefgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Lyrurus
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene of paarse iriserende glans. De kop en nek zijn diepzwart, terwijl de borst en buik een subtiele blauwe glans vertonen. De vleugels zijn donker met opvallende witte vleugelstrepen. De staart is karakteristiek gelobd en diepzwart met een groene glans. De snavel is kort en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn donkergrijs met stevige schubben. De ogen hebben een rode iris met een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een bruin verenkleed met een complex patroon van donkere en lichte strepen. De kop en nek zijn lichtbruin met fijne donkere strepen. De borst en buik zijn lichter met een meer uitgesproken streping. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De staart is korter en minder gelobd dan die van de man, met een subtiele bandering. De snavel is lichtbruin en slanker dan die van de man. De poten zijn grijsbruin met een fijnere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een verenkleed dat lijkt op dat van de vrouw, maar met een doffere tint. De kop en nek zijn lichtbruin met een minder uitgesproken streping. De borst en buik zijn vaalbruin met een onregelmatige streping. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere uiteinden, wat een versleten uiterlijk geeft. De staart is kort en recht, zonder de gelobde vorm van de volwassen man. De snavel is lichtbruin en nog in ontwikkeling. De poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons met donkere vlekken op de rug. De snavel is klein en lichtgekleurd, passend bij hun jonge leeftijd.