Moerassneeuwhoen

Lagopus lagopus

Log in om deze soort toe te voegen

De Moerassneeuwhoen behoort tot het geslacht Lagopus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).

Deze vogel leeft in boreale en alpine gebieden van Noord-Europa, Siberi� en Noord-Amerika, waar hij open toendra's en hooggelegen gebergten prefereert. Hij is goed aangepast aan koude omgevingen en verandert van kleur met de seizoenen. Het dier voedt zich vooral met planten en insecten. Gedrag omvat een solitair en territoriaal leven, met broedgewoonten in dichte vegetatie voor bescherming tegen roofdieren.

Moerassneeuwhoen
Willow Ptarmigan
Moorschneehuhn
Lagop�de des saules

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Lagopus

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Ruigpoothoenders

Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
  • Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
  • Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Ruigpoothoenders

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een helder wit verenkleed in de winter, met een opvallende zwarte streep door het oog. In de zomer verandert het verenkleed naar een roodbruine tint met fijne zwarte bandering. De vleugels blijven wit, wat een sterk contrast vormt met de rest van het lichaam. De snavel is kort en zwart, met een lichte wasachtige structuur aan de basis. De poten zijn volledig bevederd, wat een wollig uiterlijk geeft. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft in de winter een vergelijkbaar wit verenkleed als de man, maar met subtielere zwarte markeringen. In de zomer is het verenkleed meer geelbruin met een complex patroon van donkere vlekken en strepen. De vleugels zijn minder contrasterend dan bij de man, met een lichte bruine tint. De snavel is slanker en iets lichter van kleur. De poten zijn eveneens bevederd, maar de veren zijn iets korter. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een mengeling van lichte en donkere vlekken. De vleugels zijn lichter, met een subtiele bandering die minder uitgesproken is dan bij volwassenen. De snavel is kort en grijsachtig, met een nog ontwikkelende was. De poten zijn gedeeltelijk bevederd, met een mix van dons en volwassen veren. De iris is donker, zonder duidelijke oogring. Naarmate ze ouder worden, beginnen ze het volwassen verenkleed te ontwikkelen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met geelbruin dons, met donkere vlekken op de rug. De snavel is klein en lichtgekleurd.