Vogel
Spitsvleugelhoen
Spitsvleugelhoen
Falcipennis falcipennis
Log in om deze soort toe te voegenDe Spitsvleugelhoen behoort tot het geslacht Falcipennis binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).
Deze middelgrote bosvogel leeft in vochtige naaldbossen in Oost-Siberi� en het Russische Verre Oosten, waar dennen, sparren en lariksen domineren. Ze vormen in de herfst kleine groepen en voeden zich met bessen en vegetatie, terwijl ze in de winter soms in sneeuwholen slapen. Mannetjes vertonen opvallend baltsgedrag in het voorjaar om territorium en partners te winnen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Falcipennis
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Man:
De man heeft een donkergrijs verenkleed met een subtiele blauwachtige glans. De borst is donkerder met fijne witte vlekken, die naar de buik toe vervagen. De vleugels zijn donker met lichte randen, wat een versleten uiterlijk kan geven. De kop is donkergrijs met een opvallende witte streep boven het oog. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De iris is donkerbruin, wat contrasteert met de lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een bruin verenkleed met een meer matte uitstraling dan de man. De borst is lichtbruin met donkere bandering, die naar de buik toe minder uitgesproken is. De vleugels zijn bruin met lichtere randen, wat een versleten effect geeft. De kop is lichtbruin met een donkere streep door het oog. De snavel is kort en donkerbruin, met een rechte vorm. De poten zijn lichtbruin en slanker dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een subtiele lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage bandering op de borst. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten uiterlijk geeft. De kop is lichtbruin met een onopvallende donkere streep door het oog. De snavel is kort en donkerbruin, met een rechte vorm. De poten zijn lichtbruin en hebben een fijne structuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare lichte oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer contrast in hun verenkleed.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed. Ze hebben een opvallend donkere streep over de ogen.